woensdag 25 juni 2014

Wat het thema van Mission Impossible mij leert over innovatie...

Mission Impossible en innovatie in één zin. Nee, ik smijt de handdoek niet in de ring bij het Innovatiecentrum. Sommige titels stichten verwarring. Sommige kranten houden er hun oplages hoog door.  Innovaties zijn zelden een Mission Impossible, al betekent dat niet noodzakelijk dat elke innovatiemissie eindigt met een Mission Completed stempel. En dan zou nu een quote moeten volgen over hoe falen je sterker maakt. Zeker en vast, maar let's face it: iets dat mislukt blijft, al is het maar voor even, een onaangename ervaring, zelfs voor de grootste optimisten. Wat muziek kan dan de zeden wat verzachten. Bijvoorbeeld het Mission Impossible leidmotief.

Er is iets speciaals aan dit muziekstuk van de hand van de Argentijnse componist Lalo Schifrin. Het moet zijn omdat Schifrin zijn roots heeft in de Jazz muziek, een muziekstijl die zich sterk laat leiden door improvisatie en creativiteit. 'Yes to the mess' is het mantra van jazz muzikanten en het is een metafoor die erg dankbaar is in bedrijfsorganisaties. Frank Barrett schreef er een gelijknamig boek over. Mission Impossible is geschreven in 5/4 maatsoort. Voor wie geen muziekopleiding heeft gehad: een nogal ongebruikelijk maat in populaire muziek. Het merendeel van rock en pop staat in 4/4 en dan heb je natuurlijk nog de wals die in 3/4 staat.

Goed om weten is dat zo'n maatsoort een sterke impact heeft op de cadans van een muziekstuk. Wie de eerste maten van Mission Impossible aanhoort, zal direct het gevoel krijgen dat er iets niet klopt. Ook niet muzikaal ontwikkelde hersenen worden verrast door de asymmetrie in het nummer. 5/4 is dan ook een zogenaamde samengestelde maatsoort, eigenlijk een combinatie van 3/4 (wals) en 2/4 (bv. marsmuziek). Net dat verrassingseffect zorgt er echter voor dat de muziek beter blijft hangen en niet verdrinkt in de tsunami aan andere melodieën die dagelijks ons hoofd overspoelen. Er zijn natuurlijk nog andere songs die door hun maatkeuze geschiedenis schreven. Veel kans dat Lalo Schifrin zijn motief voor Mission Impossible haalde bij Dave Bubreck die in 1959 al zijn Take Five schreef.  Let vooral op de gelijkenis in de eerste maten van beide nummers.

Diverse hits in de geschiedenis vielen op door hun afwijkende maatkeuze of door het combineren van verschillende maatsoorten (Queen was daar bijvoorbeeld sterk in). Wie Made to Stick van de gebroeders Heath ooit las of The Purple Cow van Seth Godin, weet hoe belangrijk het verrassingselement is om op te vallen binnen het steeds maar groeiende aanbod aan innovaties. Dat geldt niet alleen voor visuele waarnemingen, maar zeker ook voor auditieve signalen die ons bereiken.  De cadans waarmee je de innovatie in de markt zet is één element om te verrassen. Je kan gaan voor een 2/4 en rechttoe rechtaan op je doel afgaan met marsmuziek geleid door een strak businessplan (stick to the plan!). Of je kiest voor een 3/4 (wals) waarbij je soms al eens stilstaat om rond te kijken en de beste richting te kiezen rekening houdend met de competitie op de dansvloer die zich ook verplaatst. Of je kiest een 4/4 (foxtrot) waarbij je zelfs af en toe een stap achteruitzet (reculer pour mieux sauter) om beter overzicht te houden. Of je mengt het dooreen en krijgt een nummer zoals Money van Pink Floyd in 7/4. Sprekende titel eigenlijk...


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen