woensdag 16 september 2015

Wat het ideomotorisch effect mij leert over de toekomst van innovatie...

Heb je vorige week zondag ook meegeleefd met de match van de Rode Duivels? Misschien heb je op het moment dat Hazard aanzette, onbewust ook je rug even gestrekt of je kuitspieren opgespannen? Wel dan heb je aan den lijve de effecten van het ideomotorisch effect ervaren. Mensen maken soms spierbewegingen op het moment dat ze deze onbewust bij andere waarnemen of op het moment dat ze er onbewust aan denken. Ik zou het fenomeen niet gekend hebben moest ik er Gili niet over vertellen hebben. In zijn boek 'Iedereen paranormaal' beschrijft hij hoe pendelaars, gestuurd door dit effect, zelf geloven dat hun pendel door energiestralen beweegt. In zijn show toont hij ook in interactie met het publiek aan dat mensen die hun hand niet mogen bewegen, dat onbewust toch gaan doen.  

Het ideomotorisch effect is allicht een afgeleide van het bestaan van spiegelneuronen. Zo'n neuron is een zenuwcel die geactiveerd wordt als we een beweging doen, maar ook als we iemand anders een beweging zien doen. Anders gezegd: hetzelfde hersendeel wordt actief als we zelf een beweging doen of als we iemand anders diezelfde beweging zien doen. Op zich is dat nog niet zo gek. De spiegelneuronen helpen ons daardoor allicht om de handeling van anderen beter te begrijpen. Uiteraard is enig imitatiegedrag ook best handig om nieuwe dingen aan te leren. Niet alleen om het samenleven in groepen te bevorderen trouwens. Ook in de economie.  Wie al eens een verkoopcursus volgde, weet allicht dat het - weliswaar niet te opvallend - spiegelen van je gesprekspartner haar houding, kan helpen om sneller een band te smeden. 

Maar niet enkel in de verkoop zijn spiegelneuronen een partner in crime.  'Good artists copy, great artists steal' zei Picasso al. Creativiteit start vaak vanuit imitatie die zich vervolgens door associatie verlegt naar nieuwe ideeën en creaties. Prof. Vilayanur Ramachandran, een Amerikaanse neuroloog, verdedigt met verve het standpunt dat grote innovatiecycli in onze geschiedenis aangestoken kunnen zijn door dit spiegeleffect, eerder dan door genetische veranderingen in ons brein. Het vuur, hoe prachtig ook als uitvinding, zou niet de impact hebben gehad als de toenmalige spiegelneuronen niet resulteerden in imitatiegedrag en een snelle transmissie van kennis. 

Ik moest aan zijn verhaal denken toen ik vorige week weer nog eens een tweet verstuurde over het wel en wee van octrooien:  
“Today’s patent regime operates in the name of progress. Instead, it sets innovation back. Time to fix it.” econ.st/1X96nyw

Octrooien hebben zeker zin binnen een micro-economisch model waarin het belang van een bedrijf centraal staat. Ze zijn minder relevant binnen een macro-economisch model en bekeken vanuit de maatschappelijke transitie waarvoor we staan. Die transitie zal maar lukken als we onze spiegelneuronen volop hun werk laten doen om duurzame innovaties te imiteren en zo te vertalen naar nieuwe toepassingen. Dat betekent trouwens niet dat we het octrooirecht linea recta de vuilbak in moeten gooien. Maar het moet zich terug aligneren met haar bestaansreden: een bedrijf dat inspanningen verricht om risico te nemen in onderzoek en ontwikkeling, correct verlonen. Om maar één aberratie te benoemen die niet past onder die missie: octrooien die worden genomen omwille van defensieve redenen en die niet geëxploiteerd worden. Een verplichting tot exploitatie is dus nodig. Ook de verleningsduur is nogal arbitrair vastgelegd en onafhankelijk van het technologisch domein.       
Het omgekeerde van het ideomotorisch effect, bestaat uiteraard ook: een lichaamsbeweging bewust detecteren die er niet is. Dat heb ik enige tijd terug nog eens ervaren na aan een hoog tempo loopings gedaan te hebben in een attractiepark met weinig volk en dus korte aanschuiftijden. Geen idee wat we daar kunnen uitleren over innovatie...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen