woensdag 6 december 2017

Wat de wet van coulomb mij leert over innovatie...

Een tijd terug werd ik nog eens even ondergedompeld in de fascinerende wereld van de fysica, meer specifiek die van de elektriciteit. Aanleiding was de vraag van een neefje dat zich voorbereidde op een examen. Die stelt vragen die je reputatie als ingenieur aan flarden kunnen schieten als je het antwoord schuldig moet blijven. Dat risico is reëel. Per slot van rekening zijn de kandidaturen stilaan een vervlogen herinnering en is veel van de toen verworven basiskennis gearchiveerd in de diepere coulissen van mijn temporaalkwab. Maar toen de term 'Wet van Coulomb' viel, zat ik zowaar terug even in aula G op de campus in Heverlee waar ene professor Langouche met veel overtuiging de pracht van deze fysische wetmatigheid bezong. De wet beschrijft dat de kracht tussen twee elektrische deeltjes (puntladingen) evenredig is met hun ladingen en omgekeerd evenredig met de afstand tussen de deeltjes in het kwadraat. Deeltjes met een verschillende lading trekken mekaar aan, deeltjes met een zelfde lading stoten mekaar af. Of kortweg voor de echte fysici onder ons veel korter verteld: Fe = (k.q1.q2)/r^2.

Dat deeltjes met een verschillende lading mekaar aantrekken en met een zelfde lading mekaar afstoten is niet zo evident. In de biologie en maatschappelijke context trekken immers vooral species van dezelfde soort mekaar aan. De voorbeelden zijn legio. Soort zoekt soort noemen ze dat wel eens aan een of andere Vlaamse cafétoog. Nochtans is evolutionair gezien juist het samenbrengen van verschillende species zeer verrijkend geweest en is het dat nog altijd. Tegengestelde polen kunnen mekaar enorm sterk versterken, niet alleen evolutionair, maar ook relationeel, tenminste als ze een gemeenschappelijk doel delen.  Als ik daar dieper over nadenk, stelt zich vaak een zelfde probleem binnen organisaties. Bij het rekruteren van mensen ga je toch al snel aftasten of een kandidaat goed aansluit bij het gemeenschappelijk DNA van het bestaande team en voor je het weet bij je eigen DNA. "Het moet toch klikken...". Uiteraard valt daar iets voor te zeggen. Je wil vermijden dat je na 2 maanden moet vaststellen dat nieuweling en bestaand team van het ene conflict in het andere rollen omdat er geen match is tussen hun aanpak en waarden. En toch...

Misschien is het vanuit innovatiestandpunt niet slecht om af en toe een vreemde eend in de bijt te halen. Ralph Katz van de MIT Sloan School of Management in Cambridge verrichte nogal wat onderzoek op de houdbaarheid van teams. De studies geven aan dat de effectiviteit van teams na 5 jaar over zijn hoogtepunt is. Op dat moment zijn de teamleden zo sterk op mekaar ingespeeld dat ze gelijkdenkend worden, ook al was het oorspronkelijke team goed complementair in samenstelling. En dat is natuurlijk een gevaarlijk keerpunt, want gebrek aan zelfkritiek leidt al snel tot allerhande blinde vlekken en overschatting. Ze verliezen daardoor aan slagkracht, zeker als het aankomt op vernieuwing. 5 jaar lijkt me wel erg kort, maar feit is dat organisatieblindheid geen verzinsel is van consultants die als éénoog koning willen spelen in het land der blinden.

Het kan dus geen kwaad om bij het continu evalueren van teams, bij het inbrengen van nieuwe teamleden of samenbrengen van teams de Wet van Coulomb in het achterhoofd te houden en tegengestelde polen samen te brengen. Ze kunnen mekaar goed aanvullen en banden smeden die onverwacht sterk zijn. In het begin is het wat onwennig, maar mits een gemeenschappelijk doel kan dit al snel een enorme innovatiepuls geven ...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten