woensdag 16 augustus 2017

Wat de herdenking van de Slag om Passendaele me leert over innovatie...

Wie de evocatie van de Slag om Passendale heeft gezien, kan alleen maar onder de indruk zijn. De BBC heeft duidelijk kosten noch moeite gespaard om deze historische slag en bij uitbreiding de waanzin van de Eerste Wereldoorlog te herdenken. Net voor de slag publiceerde de dichter Siegfried Sassoon een pamflet dat de essentie samenvatte: niet de oorlogsvoering an sich was het probleem (hoewel dat voor discussie vatbaar is uiteraard), maar wel de politieke fouten en oneerlijkheid waarvoor de mannen op het front vochten en sneuvelden. Het doel heiligt met andere woorden niet de middelen.

In een documentaire rond de slag werd melding gemaakt van het gegeven dat de Duitsers aan de Westelijke Frontlinie werkten met een elastische defensie of een zogenaamde diepteverdediging. Het is een militaire strategie die beoogt om de doorbraak van een aanvaller te vertragen eerder dan deze af te blokken. In plaats van alles op alles te zetten om de frontlinie te bewaken, ambieert deze strategie dat de aanvallers, weliswaar gericht, de linie kunnen doorbreken. Op het moment dat de aanval momentum begint te verliezen, vinden er dan tegenaanvallen plaats die de aanvallers terugdringen met grote verliezen. Typisch aan een diepteverdediging is dat de gebruikte technologie ook aangepast wordt aan de dieptelaag. Tanks kunnen bv. in een eerste laag al tegengehouden worden met drakentanden. Die houden de grondtroepen niet tegen, maar die lopen zich in een tweede laag toch te pletter op prikkeldraad versperringen. Bij de Slag om Passendale gebruikten de Duitsers ook maximaal de beschikbare externe factoren, zoals het heuvelachtige landschap, in hun diepteverdediging. Verder zetten ze in de eerste linie minder getrainde troepen. Hun topteams fungeerden als mobiele units dieper in de verdedigingslinie. In essentie wordt een verdedigingsstrategie zo een aanvalsstrategie. Niet dat de Duitsers deze strategie zelf  bedachten trouwens: reeds in de Romeinse tijd was het een beproefde aanpak. Innoveren is niet zelden slim recycleren in een nieuwe context.

Het concept van diepteverdediging was me een paar jaar terug al eens uitgelegd door een innovatief bedrijf uit de beveiligingssector. Bij beveiliging van sites werkten ze immers met een vergelijkbare strategie. Hun businessmodel was er volledig op gericht om een inbraak te vertragen wat een mobiele ploeg toelaat om tijdig in te grijpen. Op basis van een ontwikkeld algoritme konden ze berekenen hoe lang een indringer nodig zou hebben om bij zijn doel te geraken. De zwakke plekken in de diepteverdediging kunnen daarbij aangepakt worden. Het heeft immers weinig zin alles te zetten op één beveiligingslinie.

Als er één sector is die bewust bezig is met verweer tegen aanvallen is het uiteraard de IT. Elk zichzelf serieus nemend IT bedrijf zou de principes van een elastische defensie moeten kennen, al tonen enkele recente hacks aan dat er een verschil is tussen kennen en correct toepassen. Gelukkig maar, of de Duitsers hadden WOI naar hun hand gezet.

Ik heb me ooit laten aanpraten dat gewiekste onderhandelaars de diepteverdediging ook misbruiken. Een koper onderhandelt met een leverancier over de aankoop van een machine en dingt af tot bv. 700 kEUR. Daarna betrekt hij voor de goedkeuring zijn CFO, die bijkomende bezwaren uit en het bedrag verder verlaagt tot 550 kEUR. Omdat voor bestellingen boven 500 kEUR de CEO zijn fiat moet geven, wordt die ook nog in het proces getrokken. Uiteindelijk wordt de machine besteld voor 490 kEUR. Goede verkopers weten dat ze best hun huiswerk vooraf goed maken om niet in de val van de elastische defensie te lopen...



Geen opmerkingen:

Een reactie posten