woensdag 11 maart 2015

Wat de zone van Vigotsky me leert over innovatie...

Begeleid zelfstandig studeren. Het is een term die onder mijn dak al eens over de tongen gaat. Met een vrouw als leerkracht, hou je goed de vinger aan de pols van de manier waarop een school inspeelt op nieuwe onderwijsnoden. Als je soms de discussies op de radio en in een of ander godverdoms café mag geloven, lijkt dat onderwijs zich te wentelen in een conservatisme in vergelijking waarmee de Kerk een bende revolutionairen omvat.  Onwetendheid is de moeder der hoogmoed. Wie het onderwijs van iets dichter volgt, weet wel beter. Scholen zijn zich goed bewust van de nood tot verandering. Maar vaak zijn het rigide randvoorwaarden die hun goesting om de zaken anders aan te pakken afkoelen. Leerplannen zijn al bij al afgestemd om de gemiddelde leerling te creëren en we weten allemaal dat die niet bestaat.

De Russische psycholoog Lev Vygotsky definieerde reeds in het begin van de 20ste eeuw "de zone van de naaste ontwikkeling", beter bekend onder de Engelse term the Zone of Proximal Development (ZPD) of simpelweg zone van Vigotsky. Het is simpel gezegd het verschil tussen wat iemand kan doen met begeleiding en zonder begeleiding. Vanuit dat inzicht stelde hij dat het in een school beter is om kinderen te testen op wat ze alleen kunnen en wat ze onder begeleiding van een volwassene kunnen. Twee kinderen die hetzelfde scoren op een klassiek examen, hebben immers niet noodzakelijk het zelfde niveau van ontwikkeling. De ZPD hangt ook niet alleen af van intellectuele capaciteit, maar bv. ook van de mate waarin een kind hulp toelaat en bereid is tot samenwerking en van de manier waarop die ondersteuning wordt gegeven. Dat laatste gebeurt best op basis van gerichte vragen en positieve feedback.

Als je een niet onbelangrijk stuk van je tijd bezig bent met het begeleiden en coachen van bedrijven (in mijn geval rond innovatie, maar de scope doet er niet toe), besef je best dat je actief bent in de Zone van Vigotsky. Meerbepaald vooral op het grensvlak tussen wat mensen zelf kunnen en waar ze nog wat groeipotentieel hebben. Bij het Innovatiecentrum spreken we over de innovatiematuriteit van een bedrijf. Een latente of beginnende innovator heeft nog een behoorlijk grote zone van naaste ontwikkeling en vraagt dus laagdrempelige ondersteuning op verschillende domeinen: toegang tot kennis, toegang tot financiering, intellectuele eigendom en basisinformatie rond het uitwerken van een innovatiestrategie. Door te doen neemt de ervaring toe en daalt gradueel de nood aan ondersteuning.  Eens bedrijven systematisch innoveren, zijn ze perfect in staat om zelf te leren. Ze omringen zich daarbij vaak met partners en werken vaak ook samen met consultants om meer diepgaande coaching te krijgen rond strategie en marktaanpak. Een CEO vroeg me enkele maanden terug hoe lang een bedrijf erover doet om zich van een beginnende tot strategische innovator te ontwikkelen. Moeilijk te zeggen en sectorafhankelijk, maar zelfs met een consistentie focus op innovatie, en het bewust inzetten op een innovatieve bedrijfscultuur, vraagt het groeiproces voor een gemiddeld bedrijf toch een 3 à 5 jaar. Maar het gemiddeld bedrijf bestaat uiteraard niet...


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen