donderdag 20 april 2023

Wat het boek Klimaatschok me leert over innovatie...

10 jaar terug was klimaatverandering een sterk polariserend onderwerp tussen believers en non-believers. De laatste groep aan mensen wordt gelukkig steeds kleiner. De polarisatie verschuift dan eerder naar de wijze waarop we moeten omgaan met die klimaatverandering? Enkel adapteren of ook maatregelen nemen om ze te beheersen? Is degrowth nodig of volstaat regrowth? Welke inspanningen kunnen we redelijkerwijs verwachten van eenieder? Welke oplossingen zijn haalbaar en bieden ons in Vlaanderen het meeste potentieel om onze bijdrage aan het beheersen van de klimaatverandering hard te maken? In klimaatschok stellen Geert Noels en collega’s 20 oplossingen voorop, doorgerekend door experten. Daarbij rekening houdend met de technologische haalbaarheid en betaalbaarheid/ schaalbaarheid en mogelijke troeven die we hebben in ons land om die oplossingen te commercialiseren. En gespreid over de domeinen elektriciteit, industrie, transport & mobiliteit, bebouwde omgeving en landbouw, voeding en landgebruik. 

Vooraleer het over oplossingen te hebben, is het verstandig om de huidige situatie te analyseren. De verdeling van de Belgische uitstoot aan CO2-equivalenten over de verschillende toepassingen is als volgt qua ordegrootte:

  • Industrie: 34%
  • Transport: 22%
  • Verwarming: 18%
  • Elektriciteit: 13%
  • Landbouw: 10% (vooral via methaan waarbij 1 kg methaan overeenkomt met 25 kg CO2 equivalent)

Elke Belg produceert gemiddeld 8 ton CO2 uitstoot in België zelf, waar het wereldgemiddeld op 4,5 ton ligt en het Europees gemiddelde op 6 ton. De nationale uitstoot bedraagt 115,3 ton CO2 equivalent. Aanvullend importeren we nog eens zo’n 57 Mton.  De totale balans bedraagt dus 172 Mton.  De nucleaire afbouw zou daar een 11,8 Mton extra aan toevoegen. Het boekt stelt oplossingen voorop richting een reductie van CO2 equivalent uitstoot ruim 50% tegen 2030 en 100% tegen 2050. Dat laatste is in lijn met de ambitie van de EU. Noels gaat daarbij uit van de hypothese dat degrowth geen oplossing biedt. In eerste instantie omdat degrowth op zich veel te weinig impact zou hebben. Periodes van degrowth na de financiële crisis en tijdens corona illustreren dat de impact op CO2 uitstoot beperkt is tot een paar %. Een groeiende welvaart zal ook nodig zijn om burgers te motiveren om gedragswijzigingen te vertonen. Anders ontstaat het risico op apathie en doemdenken. Het boek moet gelezen worden met die hypothese in het achterhoofd. Hypothese omdat het boek zelf niet echt ingaat op de wetenschappelijke onderbouwing van die stelling. Ik ben de hypothese dat groei oplossingen brengt uiteraard niet ongenegen, maar de discussie tussen  growth of  degrowth al driver voor oplossingen laat zich niet herleiden tot zwart-wit. Het is maar de vraag waar je de groei wil mee realiseren. Dat is voer voor een boek op zich. 

Maar laat ons even door de verschillende domeinen en voorgestelde oplossingen lopen. 

Elektriciteit

Elektrificatie is een belangrijk pijler in de vergroening van de energiebehoefte. Het planbureau schat in dat we tegen 2050 3 keer meer stroom nodig zullen hebben in België. De uitdaging voor CO2 vrije stroomproductie is dus enorm. Vlaanderen is een voorloper op vlak van offshore windproductie, met nu reeds een vermogen van 2 GW en een verder potentieel tot 8 GW. Offshore omvat nu al 7% van onze elektriciteitsproductie, onshore slechts 4 %. Offshore kan dit aandeel verhogen tot 17% in 2030.

In 2021 lag er voor 5 GW aan zonnepanelen op gebouwen. Moesten alle daken gevuld worden met panelen zouden we aan 100 GW komen.  Met nieuwe PV technologie zou je ook zonnecellen kunnen integreren en gevels en neemt het potentieel verder toe. Zonne-energie is hernieuwbaar, maar zonnepanelen momenteel niet. Het toont het belang van systemisch denken bij duurzaamheid aan.  Oplossing voor circulaire panelen worden dus belangrijk. Een niche waarin België zich kan manifesteren zijn drijvende zonnepanelen op zee en het combineren van landbouw en energieproductie via de zon (agri-PV).  Het 2030 scenario dat Noels vooropstelt impliceert dat 28% van onze energiemix van de zon komt, een besparing van meer dan 6 Mton aan CO2 tegenover het referentiescenario.

Iets wat polariseert in de energiemix is nucleaire energie. De klimaatverandering brengt die energieproductie in een ander daglicht. Wereldwijd wordt 10% van de energie geproduceerd door nucleaire energie. Die energieproductie overzetten op fossiele brandstoffen, ook al is het maar tijdelijk, zou tot een versnelling van de klimaatverandering leiden.  Kernenergie is risicovol: de impact bij een ongeluk kan groot zijn. Maar de fossiele brandstoffen maken ook veel slachtoffers (fijn stof, opwarming met veel hittedoden,…). Met SCK hebben we een wereldwijd gerenommeerd onderzoekscentrum. Het zou zonde zijn die kennis af te bouwen, temeer daar ze niet alleen in de energiemix belangrijk is, maar ook voor medische toepassingen. Het CO2 besparingspotentieel bedraagt volgens het boek 4,4 mton als er naast de 10 jarige verlenging van de jongste centrales nog 1 GW extra aan nucleaire behouden blijft.

Al die hernieuwbare energie vraagt natuurlijk opslagcapaciteit. Drie dagen zonder zon en wind overwinnen, zou betekenen aan de huidige prijzen dat er in België voor 88 miljard aan batterijen nodig is. Het is niet voor niks dat er steeds meer investeringen gebeuren in batterijparken. Het spreekt voor zich dat toepassingen tot vehicle-to-grid en internationale verbindingen tussen landen nodig zijn om die kost beheersbaarder te maken.

Interessant weetje is dat digitalisering van onze maatschappij een energiekost heeft.  In 2021 ging 3% van het wereldwijde energieverbruik naar datacenters. De oproepen om doordachter om te springen met het bewaren van filmpjes die we toch niet meer bekijken, kan je in dat perspectief plaatsen. Zelfs wat minder mensen cc zetten van je mails, helpt niet alleen tijd besparen maar ook energie dus.

Industrie

Het grootste besparingspotentieel komt in de industrie van circulariteit en van het opvangen van koolstof, respectievelijk met een CO2 besparingspotentieel van 6,5 Mton en 9 Mton. CO2 opslag is ook een polariserende oplossing. Sommigen vergelijken het met storten van afval.  Nochtans is het idee van een opslag in afwachting van technologie die de CO2 energie-efficiënt kan converteren niet zo gek. Lege gasvelden of zoutcavernes kunnen daartoe gebruikt worden. De stap naar gebruik van de CO2 voor nieuwe synthesepaden via groene waterstof is reëel, ook nu al.  Samenwerking met Afrikaanse landen is daartoe nodig: het aantal zonne-uren is nu eenmaal niet gelijkmatig verdeeld over de aardbol.

De nood aan meer circulariteit in ons economische model staat buiten kijf. Op korte termijn zijn daarbij veel CO2 winsten te rapen in de waardeketen van staal, cement en kunststoffen. Mechanische en chemische recyclage vullen mekaar daarbij aan. Belangrijkste uitdaging is het vormen van kringen tussen bedrijven. De dominantie van China in de verwerking van groene grondstoffen is daarbij nog indrukwekkender dan gedacht, zowel op vlak van zeldzame aardmetalen, cobalt, koper, nikkel en lithium (2/3 wereldmarkt). Noels geeft aan dat de overheid een sleutelrol te spelen heeft in de circulaire transitie, met bijzondere aandacht voor productontwerp, de overstap van onderzoek naar implementatie via o.a. proeftuinen, infrastructuurprojecten en regelluwe zones en aangepaste wetgeving als certificatie. VLAIO onderneemt daarbij in elk geval stappen om circulaire economie sterker te ondersteunen binnen generieke subsidie-instrumenten als de KMO Groeisubsidie en het opzetten van livings labs om waardeketens circulair te (her)vormen.  

Vermindering van (lekken van) fluorgassen lijken een niche oplossing. Het potentieel is kleiner, maar een besparingspotentieel van 1,6 Mton CO2 is toch niet niks. Dat heeft veel te maken met het feit dat ze 1000den tot 10000den keer sterker zijn qua broeikasgas dan CO2. Daar krabt een mens van achter z’n oor. Anders gezegd: als de volledige inhoud van een mobiele airco lekt, komt dat qua CO2 equivalent overeen met twee trips van Brussel naar NY en terug met het vliegtuig.

Op massabasis is waterstof een schitterende energiedrager met 2,5 keer meer energie-inhoud dan fossiele brandstof. Alleen pakt het natuurlijk veel volume in bij standaard drukken. Voor productie van synthetische moleculen kan waterstof een aardig alternatief zijn voor olie en gas. E-methaan wordt al veel geproduceerd, maar om het vloeibaar te maken moet je onder -162°C gaan. E-methanol biedt wat dat betreft meer perspectieven. E-ammoniak biedt mogelijkheden voor productie van kunstmeststoffen. Met Waterstofnet ondersteunen we vanuit VLAIO in Vlaanderen een sterk ecosysteem van organisaties die actief zijn in het waardenetwerk van waterstof met compressors, eletrolysers, opslagvaten,… Een potentieel van 2 Mton CO2 besparing biedt zich aan tegen 2030.

Warmte creëren is een belangrijke gebruiker van fossiele brandstoffen. Temperaturen tot 200°C kunnen bereikt worden via industriële warmtepompen. Uitdaging is dat ruim 50% van de warmtevraag boven de 500°C zit. Nieuwe ontwikkelingen zoals elektrische krakers zitten nog in basisonderzoek. Noels geeft aan de overheid een aantal tips om het elektrificatieproces in de industrie te stimuleren: duidelijke doelen zetten die investeringszekerheid bieden, niet alleen aandacht voor onderzoek, maar ook voor implementatie, verzekeren van beschikbaarheid van elektriciteitsnoden en de arbeidsmarkt laten evolueren in lijn met de energietransitie.

Transport & mobiliteit

Wereldwijd is twee derde van de gewonnen olie bestemd voor auto’s en vrachtwagens. Dat zet de teneur van het belang van dit domein. Er gaat bij klimaatactivisten veel aandacht naar vliegen, maar dat draagt maar 2,5% bij aan de totale CO2 uitstoot. Op grote hoogte is die impact wel groter én uiteraard gebeurt die bijdrage door een zeer klein percentage van de wereldbevolking. Inclusiviteit is een niet te onderschatten uitdaging bij de aanpak van klimaatverandering. Vliegtuigen warmen de aarde daardoor eerder op als een wok dan een oven.  De scheepvaart is ook ‘slechts’ voor 3% verantwoordelijk voor de globale CO2 uitstoot.

Een elektrische wagen stoot 3 keer minder CO2 uit bij de huidige energiemix. Moest alle elektriciteitsproductie groen zijn, dan daalt dat tot 7 keer minder. Een transitie naar een elektrisch wagenpark vraagt echter veel laadinfra en stroom. Nederland kent 3 elektrische wagens per laadpunt, België 427 en dat komt niet door het groter aantal e-wagens in België. E-wagens zijn ook nog niet voor iedereen toegankelijk. Hoewel de batterijkost op 30 jaar daalde met 97% en de laatste 10 jaar zelfs al met 80%, betaal je voor een batterij van 65 kWh nog altijd ruim 8700 EUR. Het toepassen van vehicle-to-grid en vehicle-to-home kan wel zorgen voor een opbrengstenbron van die batterij. Zo’n wagenbatterij kan perfect het verbruik ’s avonds en ’s nachts opvangen van een huis. Meer e-wagens betekent meer stroomverbruik voor transport. Als 28% van de wagens elektrisch is, stijgt de vraag naar stroom met 4,5%. Als alle wagens elektrisch zijn, neemt de vraag met 20% toe. Daarom is het ook belangrijk om andere vormen van mobiliteit goed voor ogen te houden, zoals publiek transport en zeker ook deelsystemen. Gewoon elke diesel of benzinetank vervangen door een batterij is niet de oplossing. Het is ook zaak om het materiaal dat in een wagen kruipt veel effectiever te benutten. 

Noels is een fervent fietser, dus niet helemaal verwonderlijk dat hij oog heeft voor fietsinfra. Gelukkig maar. Nog werk aan de winkel in Vlaanderen qua uitbouw van fietsinfrastructuur. Als we voor kortere afstanden evenveel de fiets zouden nemen als Nederlanders, ligt een besparing van 3,3 Mton CO2 om de hoek voor het grijpen.

Zoals hoger vermeld is de impact van vliegen niet verwaarloosbaar als we ze bekijken per kop die er gebruik van maakt. Alternatieve brandstoffen als e-kerosine, elektrisch vliegen en biokerosine zitten in onderzoeksfase. Het was me niet duidelijk waarom kerosine niet belast wordt. Dit boek leert me dat na het beëindigen van WO2 de Chicago Conventie besliste dat luchtvaart belangrijk was om de vrede te handhaven. Het brengt culturen met mekaar in contact en dat stimuleert wederzijds begrip. Elk tijdperk heeft zo zijn prioriteiten.  Voor goederen transport is scheepvaart veel CO2 vriendelijker dan vliegen: vliegtuigen stoten 50 keer meer CO2 uit per kg goed per km. Batterijen blijven echter moeilijk in lucht- en scheepvaart: een kg aan batterijen bevat 40 keer minder energie dan een kg fossiele brandstof.

Bebouwde omgeving

Als we kijken naar mogelijke besparingen binnen gebouwen, bieden energierenovaties veruit het meeste potentieel. De verwarming van woningen is in België verantwoordelijk voor 13% van de CO2 emissies in 2019. Een gemiddeld gezin stoot 3300 kg aan broeikasgassen uit per jaar.  De baksteen in de maag vergemakkelijkt de stap naar renovatie niet echt. In Nederland is 30% van de woningen eigendom van wooncorporaties die het renovatieproces sturen. Subsidies helpen maar deels en creëren een Mattheuseffect: de rijken genieten ervan en de armen niet. Noels pleit voor een gedifferentieerde aanpak met bullet leningen, terugbetaling op basis van kostenbesparing tot renteloze leningen om iedereen mee te krijgen. Had ik al gezegd dat de duurzame transitie nood heeft aan innovatieve financieringsmodellen?

Warmtenetten en warmtepompen hebben ook in Vlaanderen nog een groot potentieel van 2,6 Mt CO2 besparing tegen 2030. De ongebruikte restwarmte in België dekt 75% van de energievraag voor ruimteverwarming en warm water. Dat is de theorie. Onze ruimtelijke ordening leent zich niet zo goed tot warmtenetten buiten stedelijke omgevingen. Maar een 30% van de warmtevraag invullen via stadsverwarming is denkbaar. Klassieke geothermale geothermie beperkt zich qua toepassingen tot de Antwerpse Kempen en het noorden van Limburg. Geothermie via gesloten systemen biedt ruimer in Vlaanderen mogelijkheden, maar vraagt verdere ontwikkelingen.

Landbouw, voeding en landgebruik

Van de naar voor geschoven oplossingen in het boek staat een klimaatdieet met stip op 1 met een potentiële besparing van 7,5 Mt CO2 tegen 2030. Noels schuift daarbij geen vegetarisch of vegan naar voor, maar wel matiging in vlees en kaas. Het tegengaan van voedselverlies brengt het totaal besparingspotentieel boven 11 Mt. Wat dat laatste betreft: moest voedselverlies een land zijn, dan zou het na China en VS de grootste broeikas uitstoter zijn. Metaforen helpen om de grootte van de uitdaging te verhelderen.  Het is een uitdaging waarbij gedragsaanpassing misschien wel het moeilijkst zal zijn.

Precisielandbouw is een domein waarin technologische innovatie niet stil staat. In tijden waarin landbouwers onder druk staan door o.a. de stikstofproblematiek, is wel de vraag in welke mate landbouwers qua investeringen deze mogelijkheden kunnen vertalen naar hun eigen bedrijfsvoering. Ondersteuning zal daarbij nodig zijn, niet alleen met geld.

Hand in hand met de landbouw, zo zie ik dat toch, staat het belang van verwildering. Bomen blijven een fantastische en goedkope vorm van CO2 opslag. Eén boom haalt zo’n 1 kg CO2 uit de lucht jaarlijks (nvdr de waarheid is dat het sterk afhangt van het type boom). 33% van de opgeslagen koolstof zit in veengebieden, terwijl die maar 3% van het landgebruik uitmaken. Het beschermen van veengebieden is dus belangrijk. Boslandbouw biedt voor landbouwers een potentieel dat ze wel zullen moeten durven exploreren. Verschillende jongere landbouwers zijn daarmee al gestart. Landbouw is immers afhankelijk van biodiversiteit. Maar ook tuinen, 12% van het landgebruik in Vlaanderen (!), vragen verwildering, weg van het groene gazon. 

Zijn alle stellingen in het boek wetenschappelijk onderbouwd? Het zou een eigen gedegen analyse van de bronnen vragen. Het boek baseert zich in elk geval op data uit betrouwbare bronnen en komt dan via een reeks hypotheses tot een mogelijke impact van de voorgestelde oplossingen. Dat het net 20 oplossingen zijn catalogeer ik als marketing maar dat is ook niet de essentie. De oplossingen, te catalogeren onder 5 drivers (directe elektrificatie, groene moleculen, energie-efficiëntie, circulariteit en koolstofopslag) geven een mooi overzicht van wat mogelijk is. Voor vooruitgangsoptimisten onder ons gefundenes fressen om mee te werken aan een meer duurzame toekomst. Innovatie is daarbij een transversale driver. Niet alleen in de vorm van onderzoek. Noels beklemtoont terecht het belang van de vertaalslag van onderzoek naar implementatie. De klimaattransitie vraagt én innovatie én investeringen. Het boek nuanceert gelukkig regelmatig dat het niet alleen om technologische doorbraken draait. Nieuwe business modellen en gedragswijziging zijn een inherente voorwaarde bij innovaties om klimaatveranderingen aan te pakken, zowel qua mitigatie als adaptatie. 

Als VLAIO zijn we met onze instrumenten en begeleiding actief binnen de 5 drivers. Uiteraard met de ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling. Recent ook met specifieke programma’s rond circulaire economie en energietransitie, waarbij de laatste sterk inzet op het stimuleren van investeringen. De VLAIO bedrijfsadviseurs begeleiden daarbij ook bedrijven die voorop willen lopen in hun markt om duurzame technologie te integreren in hun eigen producten, processen en dienstenaanbod. Dit alles in een breed partnerschap met speerpuntclusters, kenniscentra en bedrijvenorganisaties. Met de missie ‘Vlaanderen CO2 neutraal tegen 2050’ is er een uitgesproken ambitie in Vlaanderen op langere termijn die een continuïteit van beleid zou moeten garanderen. De Europese Green Deal en afgeleide wetgeving blijft daarbij een belangrijke aanjager. Het boek illustreert mooi de troeven die er zijn in Vlaanderen. Laat ons ze vooral benutten… 

woensdag 15 maart 2023

Wat ridders me leren over innovatie...


Geschiedenis was niet bepaald mijn meest geliefde vak in het secundair onderwijs. Niet dat het me niet lag, het jonge geheugen was nog sterk in het recapituleren van feiten. Net daar lag echter het probleem: het vak geschiedenis herleidde zich nogal tot het kunnen reproduceren van historische feiten. Geen steen naar de toenmalige leerkrachten: ze volgden ongetwijfeld het leerplan. Daar moet toen ongetwijfeld iets ingestaan hebben als 'is in staat om historische kantelpunten te situeren en toe te lichten'.  Met leerplannen is het zoals met andere plannen: ze worden maar waardevol als ze benut worden om continue verbetering aan te moedigen door spanningen die ze veroorzaken in de uitvoering bespreekbaar te maken. Als de aannemer het plan van de architect bij onze laatste renovatie letterlijk had uitgevoerd, zaten we nu allicht al met een volgende renovatie. De interesse voor geschiedenis is bij mij de afgelopen 2 jaren aangewakkerd. Dat is in eerste instantie een verdienste van de Podcast Geschiedenis voor Herbeginners van Jonas Goossenaerts en Filip Vekemans. Hun storytelling aanpak trekt je mee in historische gebeurtenissen en slaagt erin de kern van een tijdperk samen te vatten in een paar uur luistergenot. Qua efficiëntie en effectiviteit kan dat tellen. Wat me vooral opvalt, is dat je daardoor op een korte tijd verschillende historische periodes kunt afwandelen. Dat bevordert veel sterker het leggen van verbanden doorheen historische periodes.  Geschiedenis voor Beginners is ondertussen uitgewaaierd naar podcasts als De Bourgondiërs van Bart Van Loo en Napoleon van Johan Op De Beeck. Een tijdperk met oplopende geopolitieke spanningen doet een mens toch wat zoeken naar een beter begrip over de historiek van ons oude continent.

Eens je je onderdompelt in iets, zie je het uiteraard overal verschijnen. Zo las ik recent dat de Universiteit Antwerpen voor 4000 pond een 'snipper' van een middeleeuws boek kocht. Het is een kleine strook perkament uit een handgeschreven boek met daarin een ridderverhaal op rijm. Ook al is het maar een klein strookje tekst, dit soort fragmenten geven historici nog altijd extra materiaal over de Middeleeuwen en haar literatuur. Ridders en riddertoernooien spreken daarbij uiteraard wat tot de verbeelding. Ik vind trouwens dat die in de vroegere leerplannen schromelijk over het hoofd werden gezien. Allicht wegens te gewelddadig en misschien ook wel dat de Kerk niet zo'n liefhebber was van die toernooien. 

In het begin van de Middeleeuwen waren ridders zogenaamde dienstmannen, personen van onvrije afkomst, gebonden aan de dienst van een heer en gedreven door hoofdwaarden als trouw, eer, moed, vrijgevigheid en eerlijkheid. Ridderlijk gedrag weet je wel. Door de Middeleeuwen heen verhoogde hun status en finaal vormde de adel zelf mee de kern van het ridderschap. De orde van het Gulden Vlies van Filips de Goede is daar wellicht het meest sprekende voorbeeld van. Het aantal ridders werd bij de oprichting beperkt tot 243. Een middeleeuwse Royalty club als het ware.  De praktijk was zeker wat weerbarstiger dan de theorie, maar zich ridderlijk gedragen komt uit die tijd.
De uitrusting van die ridders evolueerde nogal over de eeuwen heen. Productinnovatie was daarin een drijvende kracht. Standaard waren een paard, zwaard, schild en lans. In de 11de eeuw bracht procesinnovatie vernieuwing door het knellen van de lans onder de arm waardoor de ridder steviger op zijn paard kon zitten. De maliënkolder ging in de 15de eeuw over richting het plaatharnas uit staalplaat. Ridders kregen ook steeds meer aandacht voor esthetiek en design. Door al die extra uitrusting waren ze immers niet meer herkenbaar op het slagveld. En je wil toch erkend worden voor al die heroïsche daden. De heraldiek begon dus ook welig te tieren met iconografische tekens op schild, paardenkleden en helm. Kortom, het ridderschap zat in de statuslift. Had iemand kunnen verwittigen dat hoogmoed voor de valt komt...?

En toen kwam de kruisboog. In de honderdjarige oorlog (feitelijk geleerd in het college: een reeks oorlogen tussen Fransen en Engelsen met als inzet de Franse troon) bracht die kruisboog de Engelsen nogal wat voordeel. De Franse ridders, die zich door hun uitrusting onoverwinnelijk waanden, werden door boogschutters vanop afstand door hun harnas geschoten. Eens ze van hun paard vielen, waren ze zo zwaar uitgerust dat ze amper nog recht geraakten. Er zijn nog onoverwinnelijk gewaande bedrijven geweest die door hun gewicht ten onder gingen. Tot daar de onoverwinnelijkheid dus. In de 14de eeuw deed de bombarde (jawel de oorsprong van bombardement) haar intrede op het slagveld, een voorloper van het kanon. Daar sta je dan als koene ridder, in vol ornaat om de vijand af te schrikken, terwijl de projectielen rond je oren vliegen. Monthy Python heeft die omslag op het slagveld ooit prachtig geparodieerd in The Holy Grail. Oorlog was niet langer een verhaal van betere of beter uitgeruste ridders op het slagveld. 

En toch was technologische innovatie niet de enige reden dat de ster van de ridders begon te tanen. Oorlogsvoering werd door de nieuwe technologie een totaal nieuw soort van business. Landen begonnen professionele legers te maken die makkelijker en goedkoper te trainen waren. Een soldaat met een boog en later een vuurwapen opleiden kost veel minder dan een ridder. Het feodale systeem liep ook op zijn laatste benen, zodat ook de 'heren' minder en minder heil zagen in het zich omringen met ridders. Oorlogsvoering werd voor veel freelancers ook een dienstenmodel.  Zij boden zich als huurling aan. Oorlogsvoering werd ook meer en meer een door economische belangen aangevuurd verhaal, eerder dan één op basis van feodaliteit en eergevoel. It was business model innovation, stupid...

woensdag 22 februari 2023

Wat een uil mij leert over de energietransitie ...

Bron: deingenieur.nl

Eind vorig jaar viel een informatiefolder in onze brievenbus van Engie die in de buurt 4 windmolens plant met elk een vermogen van 6,5 MW. Beste grote windmolens dus, met een tiphoogte van 250 meter en een rotordiameter van 172 meter.  Kortom, windmolens van het kaliber die in offshore projecten  worden gebruikt. In mij schuilt een grote voorstander van het benutten van windenergie, dus ik ben het project genegen. Het is evenwel legio dat zo'n project enige alertheid triggert in de buurt waarin het ingeplant wordt. Dat zal hier niet anders zijn. Mensen willen natuurlijk verzekerd zijn dat hun levenscomfort er niet op achteruit gaat. Het roept vragen op of die grote windmolens werken conform de wettelijke woorden inzake geluid en slagschaduw. Een informatiemarkt en een video duiden de gemodelleerde effecten die het laatste bevestigen. Of dat voldoende vertrouwen geeft voor het eerst, is nog maar af te wachten. Een transitie kan wel met de ratio ontworpen worden, maar realiseert zich enkel als ze resoneert met de emotie. Het is wat afwachten welke bezwaren er zullen opduiken in het nog op te starten openbaar onderzoek. 

De technologie staat nochtans niet stil. Het geluidsniveau van nieuwe windmolens is bv. in niks meer te vergelijken met vroegere windmolens. En ja, ook daar strekt de natuur weer tot voorbeeld. Naast de turbinekast, zijn het de wieken die voor veel mensen vaak een als hinderlijk aangevoeld geluid maken. De aerodynamicus onder ons weet dat dit komt door wervelingen die ontstaan aan de boven- en onderkant van de wiek en aan het uiteinde van de wieken tegen mekaar botsen. Uiteraard is het profiel van de wieken al dusdanig gemodelleerd dat het risico op die wervelingen vermindert. Maar de geluidsreductie door verdere aerodynamische ingrepen leek op zijn limieten te lopen.  Tot iemand een uil hoorde vliegen. Correctie, net niet hoorde vliegen

Bij de meeste vogels die door de lucht zoeven, geven dezelfde wervelingen ook een geluid. Maar niet bij de uilen. De uil slaagt er net in om bij de jacht prooien onopgemerkt te naderen doordat hun vlucht in volkomen stilte verloopt. Wetenschappers achterhaalden dat de achterrand van hun vleugels een gekartelde structuur heeft die de wervelingen geleidelijk samenvoegt. Sinds een aantal jaar vertaalt zich dat inzicht ook naar de wieken van windmolens. Een gekartelde rand op het uiteinde van de wieken, imiteert het patroon van de uilenveren. Dat is een mooie stap vooruit, maar het resultaat hangt blijkbaar nog af van de weersomstandigheden. Recenter onderzoek zoomde nog meer in detail in op de uilenveer en bracht het inzicht dat het afronden van de kartels en het beter imiteren van de poreuze rand aan de achterkant van de uilenveer resulteert in een verdere reductie in decibels. Die geniale structuur bij de uilenveer komt niet uit een wiskundig, nog AI model, maar uit miljoenen jaren evolutie en optimalisatie. 

De 4 windmolens zijn goed voor een CO2 besparingspotentieel van 7000 ton/jaar stelt Engie.  Ik vermoed dat zo'n cijfer niet meteen veel indruk maakt op mensen die vrezen dat hun wooncomfort er mogelijk op achteruit gaat. Ook de verwoede pogingen om met ingewikkelde berekeningen aan te tonen dat de geluidsoverlast en visuele hinder binnen de perken blijft, heeft weinig impact op de amygdala die alarm slaat. Moesten ze nu vertellen dat de wieken een imitatie zijn van de uil die geruisloos door het bos vliegt, zou dat misschien meer inspelen op de emotie en aanvullend op al die rationele cijfers mensen mee kunnen trekken in een an sich nobel project om de energietransitie te helpen realiseren.  

Heb je als bedrijf plannen om voor de warmtevraag of koeling van je bedrijfsprocessen over te stappen van fossiele brandstoffen naar groene energie (biogas, groene of blauwe waterstof)? Of wil je je bedrijfsprocessen elektrificeren om de CO2-uitstoot te verminderen? Of investeer je richting een hogere energie-efficiëntie?  Vanuit VLAIO kunnen we je in die plannen mogelijk ondersteunen met onze GREEN investeringssteun. Neem dus vooral contact als je investeringen plant. Vergeet daarbij trouwens niet verder te kijken dan de energietransitie. Materialen en energie gaan hand in hand. Het viel me op dat Engie in haar toelichting daar helemaal aan voorbij ging. Wat is de CO2 impact van de windmolen zelf in productie en end-of-life? Die vraag krijgen ze nog op hun bord. Misschien kunnen ze wat inspiratie opdoen in Denemarken waar rotorbladen van grote windmolens op het einde van hun leven nieuwe toepassingen vinden als bv. fietsenstalling. Als die fietsen dan opgeladen kunnen worden met windenergie is de cirkel rond...

Bron: Siemans Gamesa


woensdag 8 februari 2023

Wat de asterisk me leert over innovatie...

Er zijn leestekens* die net wat meer in hun mars hebben dan andere. Een punt kan dan wel steeds het laatste woord hebben in een zin, het is er één van de vele duizenden in een artikel of boek. Onopvallend en amper een blik waardig gegund door de lezer. De puntkomma is zowat de antipode. Die valt zeker op, maar wordt amper nog gebruikt. Dat hij op een toetsenbord makkelijker aan te slagen is dan de punt - die vraagt immers ondersteuning van de shift- lijkt daar niet aan te verhelpen. De puntkomma ging er van uit dat 'moeilijk-te-krijgen' leidt tot aantrekkelijkheid. In een wereld van overvloed is dat een strategie die kan lukken, maar ook grandioos kan falen. 

Afgelopen week viel mijn oog bij het lezen van een verzekeringspolis op de asterisk. Niet die dappere Galliër, maar wel dat op het eerste zicht onopvallend symbool dat er op één of andere manier toch altijd in slaagt om de aandacht te trekken. In dit geval in een context waarin we het allemaal kennen: die van de voetnoot. Als er een asterisk als superscript voorkomt in een tekst, dan lees je daar (best) niet zomaar over. Ergens verscholen in de tekst, soms is het wat zoeken, staat er dan in kleinere letters meestal behoorlijk relevante informatie. De asterisk claimt meestal niet voor niks aandacht.

De geschiedenis van de asterisk gaat ver terug in de tijd. Er zijn in grottekeningen al voorgangers van het symbool teruggevonden. Onduidelijk is of er toen ook al gezocht moest worden naar kleine letters in een naburige grot. Meer zekerheid hebben we over het gebruik van een vorm van * meer dan 2000 jaar terug in Griekse teksten, waarbij het vergeten stukken tekst signaleerde. Het dankt in elk geval zijn sterke merknaam aan de Grieken. Asteriskos betekent 'kleine ster' en dat dekt de lading van dit symbool letterlijk en figuurlijk.

Als voetnoot wordt het de laatste tijd wat verdrongen door cijfers, zeker bij auteurs die met een veelheid aan voetnoten hun tekst wat extra cachet willen geven. Weet dat de leesbaarheid van teksten niet echt toeneemt als je aan voetnoot 121 zit. De asterisk is echter al lang doorgedrongen in alle spelonken van het menselijk bestaan en dus niet meer afhankelijk van één toepassing. Een 'paar' voorbeelden:
  • Als sommige woorden aanstoot geven, lost de asterisk dat diplomatisch op door de steen des aanstoots bij te schaven. F*** zeg, hoe heeft het zich toch in die rol kunnen hijsen?
  • Ook als het gaat over dubieuze overwinningen in de sport, weet deze kleine ster wel raad en trekt ze er even de aandacht op dat er misschien wel een reukje hangt aan de overwinnaar, een reukje dat nog verdere analyses vraagt om te zien wat het veroorzaakt.
  • Wie al eens online een formulier invult, weet dat de * niet met zich laat sollen. Als die het invulveld voorafgaat, zal je dat willens nillens invullen ook al kost je dat enig opzoekingswerk en gezucht. 
  • De * brengt ook zalving als we ons eens vergissen bij het chatten. Een letter meer of minder is dan snel gebeurd. Een vervolgberichtje met een asterisk voor het correcte woord vermijdt soms misverstanden. Met sommige voornamen, ik spreek uit ervaring, kwam dat al eens van pas.
  • Ben je het spoor bijster bij het ingeven van zoekopdrachten? De * brengt redding doordat ze zich in de plaats van veel andere karakters kan inleven. Ze is veruit het meest empathische symbool op een toetsenbord.
  • De * heeft ook de gave om discreet te zijn. Het verborgen houden van wachtwoorden is haar op het lijf geschreven. Even kijken kan, maar meteen neemt ze terug over om ongewenste mee-kijkers de pas af te snijden. 
  • Niet alleen in spreekwoordelijke taal neemt ze een prominente plaats in. In programmeertalen is ze manifest aanwezig als teken voor vermenigvuldiging en om via commentaar programma's enigszins begrijpbaar te maken. 
  • Zelfs de wiskunde heeft ze ingepalmd. Geen convolutie van functies zonder *. Geen zelfrijdende systemen zonder convolutie. De * zit dus in het hart van innovaties die de volgende decennia ons even zullen beïnvloeden. Weet dat ze ondertussen ook in de genetica haar positie heeft versterkt. Ze kent de waarde van een lock-in. 
  • De 'kleine ster' heeft zich ook ingewerkt in het muzikale firmament waarbij ze bv. pianisten aanzet om de sustainpedaal los te laten
  • Ongetwijfeld vind je zelf nog toepassingen waarin de * haar meerwaarde al bewezen heeft.
Het is duidelijk dat de *  in de afgelopen eeuwen een positie heeft verworven die redelijk uniek is in de wereld van karakters. Ze maalt daarbij trouwens niet over een uitvoeringsvorm meer of minder. 6 of 8 benen, dikke of dunne, rechte op afgeronde uiteinden,... het is eerder een bewuste vorm van diversificatie om in elke cultuur wereldwijd haar markt in te nemen.  Meer nog, meer dan elk ander karakter beseft de asterisk dat samenwerken loont. Een 'dinkus' zoals de Engelstaligen dat mooi noemen is niet meer dan een samenwerkingsverband tussen 3 *. Ze versterkt door die samenwerking haar potentieel aan rollen, in dit geval voor bijvoorbeeld het aanduiden van een sectie break. Maar ze werkt niet alleen samen met gelijkgezinden. De samenwerking met de / als /* maakt haar geliefd bij programmeurs die meer en meer commentaar in programma's willen opnemen.

De manier waarop de * zich in verschillende markten ingewerkt heeft, zou een toonvoorbeeld kunnen zijn voor andere karakters. Is het visie of geluk? Is het haar technische functionaliteit of eerder het design?  Betreft het vooral marketing of toch vooral inhoud? Allicht is het een combinatie van al die dingen. Feit is dat je als je de geschiedenis van de * op een rijtje zet, ze vooral wendbaarheid toonde op momenten dat zich nieuwe kansen voordeden...

* Of de asterisk een leesteken is of niet, daar lijkt wat discussie over te zijn. Zeker is dat ze daar zelf niet van wakker ligt.

woensdag 18 januari 2023

Wat het oerbrein me leert over duurzame transformatie...


Afgelopen weekend maakte ik kennis met  'Kennismakers' op Eén? Een programma dat wetenschap dichter bij het grote publiek wil brengen. Zoals het tegenwoordig hoort: op eigen tempo en dus via uitgesteld kijken. De aflevering omvatte een bijdrage van psycholoog Elke Van Hoof over de werking van het brein. Best een uitdaging om op een klein uur tijd dat thema. Elke deed dat met een enthousiasme dat alvast mijn brein kon bekoren om gedurende een uur te blijven kijken. Kern van haar verhaal was het verschil tussen het oerbrein enerzijds en het emotionele en  het denkbrein anderzijds. Het oerbrein is verantwoordelijk voor de basisbehoeften van het lichaam zoals ademhaling, hartslag, bloeddruk en het hormonale systeem. Het stuurt ook onze instinctieve reacties zoals angst, agressie en seksualiteit.  Het is gericht op energiebesparing en baseert zich dus veelal op herkenbare patronen. Onnodig te zeggen dat er geen energiecrisis nodig was om dit brein met enige laagdrempeligheid te activeren. Dat in tegenstelling tot het denkbrein dat veel energie nodig heeft. Het denkbrein, ook wel het neocortex genoemd, is het meest ontwikkelde deel van de menselijke hersenen en verantwoordelijk voor hogere cognitieve functies, zoals taal, redeneren, abstract denken en probleemoplossing. Het werk van Daniel Kahneman was nooit ver weg in deze lezing. 

Het oerbrein leunt uiteraard aan bij instincten en die zijn zeer sterk ingebakken. Logisch, want als je onze historiek als soort bekijkt, was dat oerbrein het grootste deel van de tijd veel belangrijker en ook het enige dat aanwezig was. Het denkbrein is relatief jong in evolutief opzicht en is ontstaan tijdens de laatste fase van de hersenontwikkeling. Er zijn verschillende theorieën over hoe en waarom het denkbrein is ontstaan. Sommigen suggereren dat het denkbrein is ontstaan als aanpassing aan het leven in sociale groepen. Dat vraagt nogal wat denkwerk en energie zoals we met z'n alleen dagelijks ervaren.  Anderen denken dat het is ontstaan om ons aan te passen op het leven in complexe omgevingen. Er lijkt een overal te zijn in beide hypotheses als je het mij vraagt.

Vraag die ik me dan stel is wat die inzichten ons leren over de uitdagingen om duurzaamheid sterker in te bedden in ons eigen leven en onze maatschappij. Eén ding lijkt een gegeven: duurzaamheid zit niet echt in het repertoire van ons oerbrein. Waar de mens kwam, toen nog als jager, daalde ook in een ver verleden al de biodiversiteit om de groeiende eetlust te stelpen. Een nomadisch bestaan liet toe om als het aanbod aan voedsel afnam, andere oorden op te zoeken. Er zijn voorbeelden genoeg die de tragedie van de gemeenschappelijke weide staven: mensen bekommeren zich vaak meer in hun eigen lot en directe naasten dan in de mensheid, de natuur of het klimaat. Kleinere, eenvoudigere systemen sluiten beter aan bij het oerbrein dan complexere systemen. We waarderen daarbij het heden ook meer dan de toekomst. Het oerbrein is bezig met nu (over)leven, met wat we nu zien en waarnemen en niet met dat leven binnen 5 jaar, laat staan 50 jaar. Zelfs voor onze eigen levenskwaliteit, is het vaak moeilijk om de lange termijn voor ogen te houden. Anders zou een gezonder voedingspatroon voor iedereen een no-brainer zijn.  Daar komt nog bij dat we het gedrag van mensen om ons heen kopiëren. In Kennismakers zat een experiment waarbij 2 acteurs hun schoenen uitdeden vooraleer de studio in te gaan. De mensen die volgden stelden hetzelfde gedrag zonder kritisch in vraag te stellen waarom dat nodig was. 

We hebben onze geschiedenis dus niet echt mee om ons gedrag snel aan te passen om een duurzame transformatie mogelijk te maken. En toch zijn er veel mensen die net dat wel doen. Die hun instincten overrulen door na te denken over de impact van hun levensstijl op zichzelf  als systeem, maar ook op veel complexere systemen zoals klimaat. Gedragspsychologen leren ons dat we de instincten van het oerbrein juist moeten bespelen om meer mensen in die boot te krijgen. Inspelen op het kopiëren van (goed) gedrag helpt, waarbij gamification een beproefde techniek is. Een paar interessante podcasts over hoe gedrag te beïnvloeden vind je terug in de VLAIO podcast. Zorgen voor stabiele omgevingen waarin kinderen opgroeien laat ze later meer nadenken over de lange termijn. Mensen blootstellen aan de natuur laat ze terug meer voeling  krijgen met die natuur en hoe die ons leven bepaalt en balans brengt. Alles gaat sneller, maar de kunst bij het balanceren is om zelf op tijd te vertragen. De natuur kan daartoe een sterke hefboom bieden. Tot slot is een zekere vorm van controle ook sturend naar gedragsverandering. Confirmeren aan de normen in de groep, is iets wat bij vele oerbreinen sturend is op gedrag.

Het oerbrein lijkt een drempel om ons gedrag te sturen richting een meer duurzaam productie -en consumptiepatroon, richting het besef dat we ons zelf bij te sturen hebben. We spreken veel over het verhogen van energie-efficiëntie, sterk aangemoedigd door de energiecrisis. Net die energie-efficiëntie leidt ertoe dat we soms vermijden om het denkbrein te laten overheersen op het oerbrein. Dat we de transitie  zullen maken, enkel aangestuurd door ieders denkbrein, lijkt dus weinig waarschijnlijk

Een blog schrijven catalogeer ik onder het denkbrein. Ook al doe ik het met plezier, het kost wel energie aan mijn brein om er tijd voor te reserveren. Discipline is toch continu kiezen tussen wat je nu wil en wat je het meeste wil. Op dit eigenste moment zou ik met evenveel plezier allicht in de zetel naar een film kunnen kijken. Maar zelf bij het schrijven van een blog, is mijn brein bezig met energie-efficiëntie. Eén paragraaf ervan heb ik daarom uitbesteed aan ChatGPT. Geen idee of daarmee een nieuwe trend gezet is. Daar moet ik nog eens over nadenken...

woensdag 4 januari 2023

Wat het Forer effect me leert over innovatie in 2023...

Eén van de meest volhardende trends is allicht het jaarlijks rondje trends voorspellen. Nog voor het nieuwe jaar in de startblokken stond, werden we naar aloude traditie bedolven onder de voorspellingen wat 2023 ons zal brengen. Al is het woord voorspelling in casu misplaatst. Wie 5 jaar terug had gemeld dat we tegen 2023 een wereldwijde pandemie en zware energiecrisis moesten verteren, zou ik met recht en reden voorspeller noemen. Een trendwatcher hoor je dus best zeggen dat zij Madame Soleil niet is. Verwachtingenmanagement is belangrijk in elke beroepsgroep. 

Voluit Germaine Moritz Soleil, was Madame Soleil in de vorige eeuw een Franse vedette, met een bekendheid die de Franse grenzen bij haar overlijden ver overschreed. Ze runde een succesvol astrologisch bedrijf in Parijs en was een veelgevraagde gast in TV en radio-programma's. Zoals veel voorspellers hanteerde ze de beproefde techniek van cold reading, gecombineerd met het Forer-effect. Cold reading is een techniek om bij je gesprekspartner de indruk te wekken dat je veel over hem of haar weet, zonder dat dit feitelijk het geval is. Naast waarzeggers is het iets waar ook ondervragers en verkopers wel eens hun voordeel mee proberen te doen. Een aantal basistechnieken helpen daarbij:
  • sterk letten op uiterlijkheden die iets zeggen over je gesprekspartner: kleding, sierraden,...
  • het stellen van suggestieve vragen  zoals 'je hebt toch geen hond?'
  • verschillende opties naar voor schuiven zodat de kans groter is dat de gesprekspartner zich in één herkent. De opties die volledig naast de kwestie zijn, vervagen snel door de herinnering aan wat wel klopt.
  • gebruiken van zeer algemene stellingen die voor iedereen wel gelden zoals 'je bent vaak kritisch voor jezelf'. Als mensen al niet vaak kritisch zijn voor zichzelf, zullen ze veelal toch denken dat ze voldoen aan de uitspraak.
De Amerikaanse psycholoog Bertram Forer voerde in de jaren '40 persoonlijkheidstests uit bij zijn studenten. Op basis van die test, kregen de studenten een gepersonaliseerde analyse van hun persoonlijkheid. Dat dachten ze toch. Die mochten ze vervolgens scoren op overeenkomst met hun eigen inschatting. Een gemiddelde score van 85% was het resultaat. Voor zo'n overlap betalen veel mensen veel geld aan een divers pluimage van paragnosten.  Daarna meldde Forer dat ze allemaal dezelfde persoonlijkheidsanalyse kregen, samengesteld op basis van een soort van best-of van horoscopen uit de krant.

Als je die analyse leest, begrijp je waarom mensen zich er in herkennen: "Je wilt graag dat anderen je aardig vinden en bewonderen, maar bent ook geneigd tot zelfkritiek. Hoewel je karakter enkele zwakheden vertoont, kan je die doorgaans goed compenseren. Je hebt een aanzienlijk ongebruikt talent waar je geen profijt van trekt. Je straalt discipline en zelfbeheersing uit, maar van binnen ben je nogal eens een onzekere tobber. Soms twijfel je er ernstig aan of je wel de juiste beslissing hebt genomen of juist hebt gehandeld. Je houdt van enige afwisseling en het zint je niet als regels en beperkingen je bewegingsvrijheid indammen. Je gaat er ook prat op een onafhankelijk denker te zijn en neemt niet zomaar iets van anderen aan. Uit ervaring weet je dat het niet verstandig is jezelf al te zeer bloot te geven. Je kunt extravert, vriendelijk en gezellig in de omgang zijn, maar ook introvert, behoedzaam en gereserveerd. Sommige verlangens van je zijn tamelijk onrealistisch"

Het Forer effect was geboren, soms ook wel Barnum effect genoemd.  Het stelt dat je bij het aanhoren van zeer algemene beschrijvingen, die zelf begint in te vullen met betekenis. Bij thema's als relaties, zelfkritiek, talent, onzekerheid,... kan iedereen zich persoonlijk wel iets voorstellen. Een algemene uitspraak wordt onbewust ingevuld met persoonlijke betekenis en situaties, waardoor het lijkt alsof de paragnost effectief meer weet over jezelf dan je zou verwachten. Belangrijk is dat positieve elementen overheersen in de beschrijving. De queeste naar een goed gevoel is niemand vreemd. Vleien verhoogt dus de geloofwaardigheid, tenminste als het niet te opvallend gebeurt. Het helpt verder dat we ook een redelijk selectief geheugen hebben. Een zogenaamde voorspeller die het maar bij 4 van de 10 dingen bij het juiste eind heeft - ik wens het niemand van de studenten toe die nu over hun boeken gebogen zwoegen richting examens - zal daardoor toch vaak tot verwondering leiden bij de gesprekspartner. 

De huidige trendrapporten voorspellen niets over 2027. Gelukkig maar.  Elke zichzelf ernstig nemende trendwatcher zal melden dat hij/zij niet aan voorspellingen doet. Trendwatching is kijken naar wat er zich afspeelt in de maatschappij en economie en extrapoleren waar dat naar toe zou kunnen gaan op relatief korte termijn. Goede trendwatchers zijn sterk in observeren van wat er op dit moment in de wereld aan het gebeuren is, eerder dan voorspellen wat er gaat gebeuren. Een titel met de woorden 'trends' en '2023' neem je dan best ook met een korrel zout. Nogal wat van die trends passeerden ook de afgelopen jaren de revue. Dat is ook niet meer dan normaal. Statistisch gezien is een trend per slot van rekening de geschatte evolutie van een bepaalde ontwikkeling, liefst gebaseerd op historische data. Het loont in die zin trouwens  de moeite om trendrapporten over enkele jaren te vergelijken. De doorsnede over de jaren is een betere indicator van de echt relevante ontwikkelingen en het laat toe om dromen en realiteit te scheiden.

De echte Madame Soleil is ondertussen al lang gestorven. Het is me een raadsel of ze haar eigen sterfdatum voorspeld had. Ik ben noch waarzegger noch trendwatcher. Toch durf ik stellen dat 2023 een jaar wordt waarin bedrijven er alle belang bij hebben om verder het pad te kiezen van het verduurzamen van hun productie, producten en business modellen. We gaan met z'n allen sterker inzetten op energie-efficiëntie en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, ook al dalen de kosten ervan weer.  2023 zetten we dus verdere stappen richting een meer circulaire economie gevoed met groene energie. Vanuit VLAIO staan we klaar om ondernemingen te ondersteunen in die transformatie alsook bij het uitwerken van innovaties die deze duurzame transitie versnellen. Hopelijk zie jij ook kansen om daartoe bij te dragen.

Ik wens je een inspirerend,  gezond en duurzaam 2023!

donderdag 15 december 2022

Wat Donella Meadows me leert over het impulsprogramma energietransitie en de living labs circulaire economie...

Bron: Meadows, 1999, UNDP/Carlotta Cataldi

De inkt van de COP27 was nog niet droog of wetenschappers en politici schreeuwden hun teleurstelling uit over wat er met die inkt was neergeschreven. Het dreef menig journalist tot poëtische uithalen zoals 'De COP was een flop'. Poëtische uithalen missen ook al eens doel zoals de Rode Duivels op het WK. Grinta lijkt de doorslaggevende succesfactor op dit WK. Feit is dat de COP duidelijk maakt dat er weinig reden voor optimisme is als het aankomt op wereldwijde akkoorden sluiten over het beheersen van de klimaatverandering. Akkoorden sluiten is dan nog maar de eerste stap. Ze uitvoeren is nog van een andere orde. 

Ingrijpen in de klimaatverandering kan je zondermeer een complex probleem noemen, simpelweg omdat het een complex systeem is. Wie veel zinnige dingen over complexe levende systemen heeft gezegd en geschreven was Donella Meadows. Deze Amerikaanse natuurwetenschapper was al in de jaren '70 actief in het onderzoeken van de mogelijke limieten op de economische groei door de druk op aardse grondstoffen. Ze was daarbij hoofdauteur van het boek 'The limits to growth' dat mee de basis legde voor de bevindingen van de Club van Rome. Donella Meadows beschreef niet alleen de problematiek, maar zocht ook naar mogelijke oplossingen. Die combinatie is redelijk zeldzaam als het over complexe problemen gaat. Ze focuste daarbij op mogelijke interventies op een levend en lerend systeem en hoe die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een systeem. Kenmerkend voor een levend systeem is dat  alles met elkaar samenhangt. Als een van de onderdelen wijzigt of verdwijnt of als er iets aan het systeem wordt toegevoegd, verandert het hele systeem. (Bio)diversiteit maakt een systeem veel schokbestendiger. Positief is dat meer en meer mensen dat beginnen te beseffen zodat het belang van biodiversiteit ook in economisch beleid een factor wordt. Het belang van het kunnen omgaan met schokken, is de afgelopen 5 jaar nogal zichtbaar. Eén van de redenen dat VLAIO het ook als thema opneemt in de KMO Groeisubsidie, een subsidie die een hefboom zet op de duurzame transitie.

Donella Meadows schetst 12 mogelijke interventies in een systeem in groeiende mate van effectiviteit. Effectiviteit wordt daarbij bepaald door de impact op het systeem.  Verder geeft ze aan hoe deze interventies elkaars effectiviteit kunnen beïnvloeden. 

  • Parameters (zoals subsidies, belastingen, normen, standaarden) bepalen de mate van invloed. De kraan verder open zetten, kan het leeglopen van een bad vertragen, maar als de afloop meer debiet aankan, zal dat het leeglopen niet verhinderen. Parameters veranderen ook zelden gedrag, uitgezonderd soms op korte termijn. Stengere milieuwetgeving kan de luchtkwaliteit verbeteren, maar de lucht blijft nog steeds vervuild. Wie weet dat hij een boete riskeert bij een flitspaal vertraagt daar, maar zal daardoor zijn mogelijk gevaarlijke rijstijl niet structureel aanpassen.
  • De grootte van systeembuffers aanpassen.  De impact daarvan op een systeem is reëel, maar het is moeilijk te realiseren. Dat geldt letterlijk bij een stuwmeer, zoals we met de zware overstromingen vorig jaar gemerkt hebben. Het gold ook met de beoogde groepsimmuniteit, een buffer tegen de verdere impact van een pandemie. Bedrijven zijn nu volop bezig meer stocks op te bouwen om minder afhankelijk te zijn van onzekere leveringstijden. Maar de grootte van een buffer snel aanpassen is niet mogelijk. Buffers hebben hun beperkingen als hefboom voor systeemverandering. Ze verminderen directe impact op korte termijn en kunnen de nood aan verandering zelfs eerder verdoezelen.
  • De structuur van materiële stromen maakt een systeem tot wat het is. De vergrijzing in onze maatschappij en de uitdagingen die dat met zich meebrengt zijn het gevolg van demografische evoluties. Structuur geeft voorspelbaarheid, maar de structuur wijzigen is vaak niet eenvoudig. De roep naar meer flexibele structuren is dus aanwezig is veel systemen (arbeidsmarkt, een gebouw, mobiliteit,…). Maar een structuur is dus zelden een vlotte hefboom voor systeemverandering omdat de structuur veranderen te lang duurt. De structuur is wel cruciaal als randvoorwaarde in het systeem en pogingen om dat te wijzigen.
  • Vertraging in respons bij systeemveranderingen.  Vertragingen in systeemrespons leiden vaak tot schommelingen in de systeemstatus. Je vervangt bv. in een machine een component door een goedkopere versie. 1 jaar later ontstaan er verderop in de lijn kwaliteitsproblemen. Men focust dan vaak op de locatie waar de problemen zich stellen. Niemand maakt nog de reflex om stroomopwaarts te gaan analyseren of er iets gewijzigd is dat de oorzaak kan zijn. Bij corona kan de mentale impact op jongeren een vertraagde respons zijn binnen enkele jaren. Vertragingen kunnen niet makkelijk worden veranderd.  Het is bij een interventie belangrijk om er aandacht voor te hebben.
  • De kracht van negatieve feedback loops. Alle levende systemen zijn gericht op het ontwikkelen van balans, waarbij negatieve feedback loops bewaken dat een systeem binnen veilige grenzen blijft. Als een systeem uit balans gaat, stuurt het zichzelf bij als de feedback systemen goed werken. Sommige van die feedback systemen zijn slechts zelden nodig, bv. een noodgenerator in een ziekenhuis.  Hun aanwezigheid is echter belangrijk om het systeem recht te houden als zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet. Een feedback loop installeren of bijsturen is dus een mogelijk hefboompunt om in te grijpen op de balans van een systeem en gedrag bij te sturen. De kracht van de feedback loop moet in lijn blijven met de impact van het systeem waarop ze bijstuurt. Als de macht van bedrijven globaliseert, moet de macht van een overheid dat ook doen.
  • De kracht van positieve feedback stromen. Een negatieve feedback loop corrigeert zichzelf. Als een kamer de beoogde temperatuur bereikt, zet de thermostaat de verwarming terug op een lager pitje.  Een positieve feedback loop kan zichzelf versterken. Hoe meer de bodem erodeert, hoe minder wortels er zijn om regenwater vast te houden en hoe meer erosie er zal zijn. Het beheersen van dat versterkend effect is een belangrijke hefboom. Teveel belonen positieve feedback loops in de maatschappij de winnaars. Rijke mensen vergaren steeds meer interesten, arme mensen moeten er steeds meer betalen. Meadows oppert al lang dat onbeheerste positieve feedback loops zullen leiden tot chaos, waarbij ze nog moeilijk beheersbaar worden met negatieve feedback loops.  Het woord 'bubble' is in de economie dan nooit ver weg.
  • De structuur van informatiestromen. Met negatieve en positieve feedback loops komen we al in hefbomen die draaien om informatie en het belang van transparantie over die informatie. De manier waarop informatie wordt ter beschikking gesteld is een belangrijke factor in gedragswijziging. Een mooi voorbeeld is de elektriciteitsmeter. Hoe zichtbaarder die is, hoe meer mensen bewust omgaan met hun elektriciteitsverbruik. Cruciaal voor gedragsverandering is maximale transparantie over het systeem en de impact van beslissingen op het systeem. Soms is het structureren van informatie letterlijk te organiseren: bv. een bedrijf dat loost in een waterloop, moet haar water uit diezelfde waterloop binnen trekken na het lozingspunt.
  • Regels van het systeem. De regels bepalen de randvoorwaarden van het systeem. De impact daarvan op een systeem zijn misschien het meest te verduidelijken als je kijkt wat Gorbatchov realiseerde in de vroegere USSR. De publicatiedruk op de universiteiten impacteert enorm het systeem. Dat zou er helemaal anders kunnen uitzien als je het succes van proffen afmeet aan de mate waarin ze bijdragen tot het oplossen van echte, maatschappelijke problemen. Ik kom nog uit een tijd waarin de volgorde van resultaten in een klas werd afgeroepen van beste naar slechtste. Veel goede studenten was een pluim voor de leraar. Zoiets bepaalt sterk het systeem. Dat ziet er anders uit als het succes van een leraar wordt afgemeten op de mate van succes van de ganse klas.
  • De kracht om systeem structuren te laten evolueren naar zelforganisatie. Levende systemen kunnen zichzelf veranderen. Evolutie noemen we dat. De mogelijkheid tot zelforganisatie is de strafste vorm van systemische veerkracht. Het menselijke immuunsysteem is in staat om zichzelf aan te passen aan nieuwe bedreigingen. En dat zonder dat er een geniale creator aan te pas komt, al is niet iedereen het daarmee eens.  Moest die er al zijn, is mijn conclusie dat hij vooral geniaal is in het opzetten van zelforganiserende systemen. Eenvoud lijkt daarbij de toon te voeren. 4 bouwblokken bepalen het DNA en dus alle leven op aarde. Zelforganisatie is in essentie een bouwdoos van bouwblokken waaruit je patronen kan selecteren en kan experimenteren om bestaande patronen contextueel te testen of de waarde van nieuwe patronen te verkennen. Het belang van biodiversiteit speelt in deze hefboom ook sterk. Species laten uitsterven in de natuur is voor het ecologische systeem vergelijkbaar met het vernietigen van alle wetenschappelijke publicaties en dragers op vlak van bv. DNA onderzoek voor het technologische systeem.
  • De doelen van het systeem. Die doelen bepalen immers de kansen op zelforganisatie van het systeem.  Alle hefbomen hierboven organiseren zich immers op dat doel. Feit is dat onderdelen in het systeem meestal duidelijke doelen voor ogen hebben, maar het meestal moeilijk hebben om het globale systeem doel voor ogen te brengen. Weet er iemand nog waarom we doen wat we doen? Moeder, waarom leven we?
  • Paradigma mindset waaruit het systeem ontstaan is. Paradigma als het dominante denkkader waaruit de werkelijkheid in het systeem beschreven wordt. De nood aan economische groei om het systeem niet te laten instorten is zo'n denkkader geeft Meadows aan. De doelen, de informatiestroom en feedback loops, de structuur en parameters worden daarop ingesteld. Meadows schat een paradigma shift hoog in als hefboom, terwijl het veranderen ervan toch een zeer traag proces lijkt. Ze argumenteert evenwel dat de paradigma shift begint op individueel niveau en dus in een seconde kan plaatsvinden. Iemand kan van vandaag op morgen beslissen om veel minder vlees te eten. Een paradigma shift op niveau van een maatschappij gaat evenwel veel trager.
  • De kracht van transcendente  paradigma's. Het besef dat geen enkel paradigma zaligmakend is. Nederige bescheidenheid dat je eigenlijk niet kan weten welk paradigma het beste is.  Dat besef is de beste garantie op kritisch denken en vermijdt dat je te ver meegaat in een paradigma dat door anderen naar voor wordt geschoven. Het lijkt me geen toeval dat kritisch denken, misschien wel de vaardigheid die we op dit moment wereldwijd het meeste nodig hebben, de sterkste hefboom geeft op systeemveranderingen.  

Meadows opdeling in hefbomen geeft je een kader waar je als individu zelf kan inschatten hoe je kan bijdragen tot systemische verandering. De valkuil is dat je geneigd bent te denken dat interventies hogerop in het systeem weinig effectief zouden zijn. We kunnen allemaal overtuigd zijn dat het paradigma moet veranderen. Dat duurzaamheid en inclusie het leidende principe moet worden in economie en maatschappij. Zonder actie, als is het op niveau van parameters en feedback loops, beweegt er niks. Dat geldt op niveau van een individu, maar ook op dat van regio's en landen.

Klimaatverandering is een wereldwijde uitdaging, maar als iedereen wacht op een wereldwijde paradigma shift verandert er niks en krijgen we chaos door zichzelf versterkende positieve feedback loops. 


In die zin is het positief dat de Europese Commissie doorzet met haar plannen om voortrekker te zijn in de nodige transitie. En ben ik fier dat we met VLAIO ook steeds sterker inzetten op die transitie. Dat geldt met het nieuwe impulsprogramma op energie-efficiëntie en groene energiedragers. Ja, het is een interventie hogerop in het systeem, maar zet aan tot actie. Het geldt zeker ook voor de ondersteuning van living labs circulaire economie. We steunden recent 22 projecten die een systeemdoorbraak willen ondersteunen naar een circulaire maakindustrie. Opzet is door een intense samenwerking tussen verschillende soorten organisaties (biodiversiteit!) doorbraken te realiseren op het niveau van waardeketens en ecosystemen met aandacht voor organisatorische, socio-culturele en technologische aspecten. Met VLAIO spelen we met deze ondersteuning wel in op een paradigma shift: een wijzigend denkkader dat innovatie veel meer omvat dan technologische innovatie en dat transformatie een samenspel is tussen verschillende type stakeholders. Enige zelfverzekerde bescheidenheid is nodig om bij te dragen aan systemische verandering. Wij slaan de hand aan de ploeg...

woensdag 23 november 2022

Wat Duty of Care me leert over de nood aan innovatie en duurzame transformatie...

Afgelopen weekend bekeek ik de prachtige documentaire 'Duty of Care' van Nic Balthazar. Ze vertelt de wijze waarop de Nederlandse advocaat Roger Cox er de afgelopen jaren in slaagde om zowel de Nederlandse staat als Shell te verplichten om veel meer te doen om de CO2-uitstoot te beperken. De stap om vrouwe Justitia in te schakelen brengt klimaatactivisme dan ook in een nieuw tijdperk. De uitspraak in 2015 dat de Nederlandse Overheid meer haar best moet doen om de klimaatverandering te voorkomen en dus haar klimaatdoelen ambitieuzer moet maken, inspireerde wereldwijd met succes veel andere klimaatactivisten aan om hetzelfde pad te bewandelen en rechtspraak in te roepen. 

Afgelopen weekend las ik ook 'De lange adem van bomen' uit van de Duitse natuurbeschermer en bomenexpert Peter Wohlleben. Wohlleben staat al zijn leven lang op de barricaden als figuurlijke advocaat voor het bos en haar bomen. Hij is een enorme pleitbezorger voor de rol van oerbossen bij het tegengaan van klimaatverandering en het behoud van biodiversiteit.  Zo'n oerbos legt per ha zo'n 1000 ton CO2 vast. Zet je dat om in brandhout, dan is er een dubbele negatieve impact: de CO2 zet zich meteen vrij bij het verbranden en het duurt terug decennia vooraleer er op die hectare terug een zelfde hoeveelheid CO2 wordt vastgelegd. Wetenschappelijke data lijken ook hier niet altijd te volstaan om het tij te keren dus wordt de rechtbank meer en meer ingeschakeld om zich uit te spreken over de aanpak van de Duitse overheid inzake haar bosbouwbeleid.

Opvallend is dat de kern van Roger Cox zijn betoog zich entte op het principe van de maatschappelijke zorgvuldigheidsplicht (Care of Duty). Het is een principe in het recht dat stelt dat je in je eigen handelen geen groot gevaar voor anderen mag creëren.  Zelfs al zijn die handelingen niet specifiek verboden via regels of wetgeving, gedrag dat gevaar betekent voor anderen is verboden en dus strafbaar. Het is niet omdat het niet expliciet in de wetgeving staat dat ik 's nachts geen put mag graven voor je voordeur, dat ik niet verantwoordelijk kan gesteld worden voor de lichamelijke schade die je hebt als je daar 's morgens invalt.  Dat principe zou het volgende decennium best wel eens een belangrijke hefboom kunnen worden in het aanpakken van de klimaatverandering en bij uitbreiding de bescherming van de biodiversiteit. De wetenschappelijke data stapelen zich immers op dat de klimaatverandering en de vermindering in biodiversiteit een gevaar worden voor onze gezondheid en levenskwaliteit.  

Het afgelopen weekend zette dus aan tot wat extra reflectie. Ik ben zelf het vooruitgangsoptimisme niet ongenegen, als het maar niet doorslaat naar een naïef geloof dat alles vanzelf verbetert. Technologische ontwikkelingen dragen veel potentieel in zich om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Inzetten op de duurzame transformatie zit meer en meer in de kern van wat VLAIO doet. Reden dat bv. in de recente KMO Groeisubsidie oproep duurzaamheid verbreedt van circulaire economie naar ook energie- en klimaattransitie en biodiversiteit.  Innovatie is ambitieuzer dan technologische vernieuwing want vraagt een proces waarbij nieuwe technologie vertaald wordt naar werkbare en aanvaardbare oplossingen. Het vraagt dus een combinatie van technologie en menswetenschappen of zoals dat dan heet een socio-technische perspectief. Verandering op een tempo dat we de klimaatverandering tijdig aanpakken vooraleer een point of no return te bereiken, vraagt dus ook vanzelfsprekend betrokkenheid van de rechtswetenschappen. De kracht van Duty of Care is dat ze illustreert dat alle wetenschappelijke disciplines een rol te spelen hebben in de uitdagende transitie naar een klimaat-neutrale maatschappij. Een aanrader om te bekijken. Ze is nog tot 2 december beschikbaar bij VRT max...

woensdag 24 augustus 2022

Wat de kracht van weten wat je niet weet van Adam Grant me leert over innovatie...

Een boek over de kracht van heroverwegen, openstaan voor andere perspectieven en vraagtekens zetten bij je eigen mening en die van anderen. Dat trekt de aandacht. Beter gezegd: het trekt mijn aandacht. Heroverwegen is een vaardigheid die ik een paar mensen die het nieuws de afgelopen jaren sterk beheersen toewens. Plezier durven hebben in je ongelijk verrijkt je als mens al zal niet iedereen het daarmee eens zijn. Dat geeft meteen ruimte voor dialoog als je die ruimte wil nemen. Heroverwegen is ook een nuttige pijler voor een innovatiecultuur in een bedrijf. Het creëert ruimte voor experiment en voor taakgerichte conflicten die stuwend zijn naar vernieuwing en vooruitgang. Adam Grant beschrijft zeer bevattelijk en doorspekt met voorbeelden manieren om een open houding te cultiveren, van mening te veranderen als die niet meer zinnig is en meer belang te hechten aan nederigheid en nieuwsgierigheid.  Het eerste luik in het boek gaat over individueel heroverwegen en kon ik het meeste smaken. Grant wordt wat minder concreet als het gaat over intermenselijk en collectief heroverwegen.

Individueel heroverwegen stimuleer je bij jezelf door je aan te leren om dingen vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Tips daarbij zijn:

  • Denk als een wetenschapper: beschouw je overtuiging als een ingeving of een hypothese die je gaat toetsen. Strategie benader je best als een experiment. Innovatiestrategie zeker.
  • Definieer jezelf in termen van waarden in plaats van meningen. Als je je overtuigingen niet koppelt aan je ‘ik’, kun je ze gemakkelijker loslaten. Het laat je toe plezier te hebben in je ongelijk. Wanneer je ongelijk hebt, weet je zeker dat je iets bijgeleerd hebt. Een goede oefening is om bij het vormen van een mening, jezelf af te vragen wat nodig is om die te weerleggen. Ongelijk durven hebben is bij innovatie een essentiële pijler om bij te sturen.
  • Zoek naar informatie die tegen je overtuiging ingaat door met mensen te interageren die je aan het denken zetten zelfs als je het niet met hen eens bent. Zeker bij startups is het een must om open te staan voor signalen die minder positief zijn voor je beoogde aanbod.

Je zelfvertrouwen goed afstemmen

4.  Pas op dat je niet strandt op de piek van onbenul en dat je zelfvertrouwen niet verwart met competentie. De piek van onbenul is de zelfoverschatting die ontstaat als je iets over een onderwerp weet. Dat resulteert uit het onvermogen om na te denken over het denken. Zelfvertrouwen + bescheidenheid leidt tot zelfverzekerde bescheidenheid en dat zet je open voor heroverwegen. Het impliceert vertrouwen in je sterktes, maar ook bewustzijn over de zwaktes. 

5.  Mobiliseer de voordelen van twijfel. Weten wat je niet weet is immers de opstap naar het ontwikkelen van expertise. Het bedriegerssyndroom impliceert dat mensen bang hebben om door te mand te vallen waardoor ze zich meer gaan inspannen, slimmer gaan werken en beter leren.

6.  Omarm het plezier in je ongelijk. Door je zelf niet te serieus te nemen, kun je focussen op zelfverbetering. Onderzoek duidt erop dat je gelukkiger bent naarmate je jezelf vaker op de hak neemt. Dat vraagt natuurlijk enig zelfvertrouwen. Onzekerheid over jezelf is vaak de voedingsbodem om juist vast te houden aan het eigen gelijk.

Andere uitnodigen om je denken aan te vechten

7.     Leer iets nieuws van iedereen die je tegenkomt. Iedereen weet wel iets wat je niet weet. 

8.    Bouw een tegengasnetwerk van critici door ze expliciet te respecteren voor andere meningen. Het is  bij innovatie de beste manier om je assumpties op een wetenschappelijke manier te valideren.

9. Schrik niet terug van een constructief conflict. Taakconflicten bevorderen heroverwegen, relatieconflicten zijn doorgaans daarentegen contraproductief. De afwezigheid van conflict is niet harmonie maar kan naar apathie neigen. Het is onfatsoenlijk om een conflict uit de weg te gaan. Zwijgen is een gebrek aan respect voor de mening van de ander en een gebrek aan vertrouwen.  Een meningsverschil beginnen met de vraag ‘kunnen we daarover debatteren’ geeft aan dat je wil denken als wetenschapper en niet als aanklager. ---.

2.      Intermenselijk heroverwegen

Door betere vragen te stellen

10. Oefen in overredend luisteren. Anderen aanzetten tot openheid, vraag meer luisteren en vragen stellen dan praten. Goede onderhandelaars zoeken punten van overeenstemming (overzichtseffect), beperken het aantal argumenten om ze niet te verwateren, gaan zelden in verdediging, stellen veel vragen als uiting van hun nieuwsgierigheid in de mening van de andere en ze vertellen vaak over hoe het proces loopt naar hun inschatting. Bij innovatie ben je eerst op zoek naar informatie en vermijd je dus best dat je je idee al aan het verkopen bent. Het is één van de basisprincipes van lean innovatie.

11. Vraag niet waarom maar hoe. Waarom moedigt extreme opvattingen aan. Bij pogingen om hun overtuiging om te zetten in werkelijkheid, beseffen mensen vaak de beperkingen van hun inzicht en worden ze gematigder. Bij innovatie probeer je vooral inzicht op te bouwen hoe je oplossing zou gebruikt worden en of ze zo bijdraagt aan de uitdaging van de gebruiker.

12.   Vraag ‘welk bewijs zou jou van mening doen veranderen.’ Welke vaststellingen zullen ertoe leiden dat je beseft dat je geen valabel idee hebt om uit te werken? Als daar geen antwoord op komt, is verder discuteren allicht minder zinvol.

13.  Vraag hoe mensen hun mening oorspronkelijk hebben gevormd. Vaak is dat arbitrair, zonder er goed over na te denken. Je kan heroverwegen aanmoedigen door te vragen wat hun overtuiging zou zijn geweest moesten ze op een andere plaats of in een andere tijd geboren zijn.

Door meningsverschillen niet als een gevecht maar als een dans te zien

14.   Erken de punten van overeenkomst. Dat is geen zwakte. Je laat zien dat je niet star vasthoudt aan je eigen waarde en dat motiveert de ander om een standpunt te heroverwegen. Je vermijdt ook te denken in stereotypen. Door tegenfeitelijk denken stel je je voor hoe je standpunt anders had kunnen zijn in een andere context.

15.   Minder is vaak meer. Teveel argumenten verzwakken je mogelijk omdat je defensief wordt. Focus op de sterkste argumenten. Bij innovatie focus je op je belangrijkste meerwaarde/features.

16. Benadruk autonomie en respecteer de autonomie van de andere om de mening te herzien. Motivational interviewing  vertrekt vanuit uitgangspunt dat je mensen zelden kunt motiveren om te veranderen. Je kan hen wel helpen op hun eigen motivatie te vinden. Dit omvat 3 technieken: open vragen stellen (over de manier waarop iemand tot een beslissing kwam), reflectief luisteren en beamen dat de betrokkene wil en kan veranderen (maar zelf de keuze heeft en die wordt gerespecteerd). Het omvat het herkennen van de eigen drijfveren en het in kaart brengen van een eerste haalbare stap.

17.   Praat over het gesprek en het proces door bv. emoties te benoemen.

3.      Collectief heroverwegen

Door genuanceerde gesprekken te voeren

18. Maak controversiële onderwerpen complexer. Elk verhaal heeft immers meer dan 2 kanten en grijstinten (binary bias). Mensen zijn meer bereid tot heroverwegen als je de onderwerpen laat zien door de vele lenzen van een prisma. Meer perspectieven geeft meer kans tot overeenstemming. Wanneer zwart en wit de enige beschikbare opties zijn, glijd je gemakkelijk af naar wij tegen zij. Pas als je een besef van nuances hebt, weet je dat geen enkel gedrag altijd effectief is en dat alle remedies onbedoelde gevolgen hebben. Ik ben nogal een liefhebber van deze aanpak.

19.  Wees niet bang voor voorbehouden en onzekere factoren. Het erkennen van strijdige beweringen en resultaten, verzwakt niet je geloofwaardigheid. Wanneer deskundigen hun twijfel toegeven, zijn mensen eerst verrast en als gevolg schenken ze meer aandacht aan de essentie van de argumentatie. Een wetenschappelijke houding impliceert dat je de uitkomsten van een onderzoek accepteert op basis van de methode, zonder dat je vooraf de conclusie kent. Bij het valideren van een mogelijke innovatie, ga je zwakke punten niet uit de weg.

20.   Vergroot je emotionele bereik door emoties toe te voegen in een gesprek. Emoties verminderen niet noodzakelijk de productiviteit. Niet het uiten van emotie staat heroverwegen in de weg, maar een beperkt bereik van emotie.  

Door kinderen te leren heroverwegen

21. Maak eens in de week korte metten met een mythe tijdens het eten. Op jonge leeftijd is het makkelijker om onjuiste overtuigingen te ontkrachten. Kinderen worden best geleerd om te denken als fact checkers door informatie te onderzoeken in plaats van te consumeren, door status en populariteit niet te zien als teken van betrouwbaarheid en te beseffen dat de zender van informatie vaak niet de bron is.

22.   Laat kinderen meerdere versies maken (bv. van een tekening of verhaal) en anderen om feedback vragen. Mogelijk leren ze de verwarring omarmen en verwachten ze niet alles in één keer perfect te doen. Verwarring kan een signaal zijn dat er nieuw terrein moet worden verkend. Perfectionisme zit dat soms in de weg.  Het is belangrijk een verschil te maken tussen ‘je werk beoordelen’ en ‘jezelf beoordelen’.  Het eerste geeft ruimte voor persoonlijke groei in je werk. Start-ups die durven tweaken op hun originele idee, zijn succesvoller.

23.   Vraag kinderen niet meer wat ze later willen worden. Door je vast te leggen op één identiteit, sluit je immers mogelijk andere uit. Werk beter te zien als dingen om te doen eerder dan een identiteit.

Door lerende organisaties te creëren

24.   Schaf beste praktijken af. Om te zorgen dat mensen blijven zoeken naar betere werkwijzen, is het beter om over te gaan op procesverantwoordelijkheid en voortdurend te streven naar betere praktijken. Een sterke vraag in dat verband aan jezelf en anderen is: “hoe weet je dat?”. Ze oordeelt niet, maar vertrekt vanuit nieuwsgierigheid en twijfel.

25. Zorg voor psychologische veiligheid wat begint met leiders die bescheidenheid voorleven. In kennisorganisaties kan zelfcensuur ontstaan tegenover experts die alle antwoorden lijken te kennen, die steeds de neiging hebben om hun wetendheid te verkondigen al dan niet retroactief. Leiders die enkele van hun eigen onvolkomenheden toegeven op basis van constructieve feedback, gevende beste weg naar psychologische veiligheid. Er is zelfverzekerde bescheidenheid nodig om toe te geven dat je niet af bent, maar in ontwikkeling.

26.   Houd een heroverweeg scorekaart bij.  Evalueer beslissingen niet uitsluitend op resultaten maar ook op het proces om opties af te wegen. Een goed proces met een slechte uitkomst kan een slim experiment zijn.

Door te blijven openstaan om je toekomstvisie bij te stellen

27. Weg met het 10-jarenplan. Een passie kun je ook ontwikkelen in plaats van te ontdekken. Door slechts 1 dag vooruit te plannen, sta je  meer open voor heroverwegen. Geluk is trouwens vaak meer een zaak van wat je doet versus waar je bent.

28.   Bekijk ook je activiteiten eens opnieuw, niet alleen je omgeving. Plezier komt en gaat, zingeving is meestal duurzamer. Ik wil/kan bijdragen aan iets belangrijks geeft meer eigenwaarde dan ‘ik ben belangrijk’.

29.  Plan een levensevaluatie in. Je geraakt makkelijk in een spoor dat je je steeds meer inzet voor onbevredigende activiteiten. Het is de moeite waard om je leven eens of tweemaal per jaar onder de loep te nemen. Zo ga je na hoeveel je leert, hoe je overtuigingen en doelen zich ontwikkelen en of je je plannen moet heroverwegen

30.   Maak tijd vrij voor heroverwegen. Stel als doel om één uur per dag te besteden aan denken en leren.  Vraag aan je tegengasnetwerk welke ideeën en meningen je volgens hen moet heroverwegen.

      30 tips is niet weinig. Ongetwijfeld zijn er bij iedereen een aantal ingebed in natuurlijk gedrag, maar minstens evenveel zijn er die een uitdaging zijn. Bij mij toch. Ook hier geldt de piek van onbenul: je denkt op basis van enkele gedragingen al snel het heroverwegen te beheersen. Niets is minder waar natuurlijk. Er zijn zeker een aantal van de tips die wat schuren als je eraan denkt ze beter toe te passen. Plezier hebben in je ongelijk vanuit het nieuwe inzicht dat het brengt is eentje die ik alvast met  plezier nog meer wil omarmen. Ongelijk hebben en erkennen is een zwaar onderschatte meerwaarde in onze maatschappij. Ongelijk hebben kan enorm verrijkend zijn en verbindend werken als het niet geïnternaliseerd wordt. Maar misschien denk je daar wel anders over? Dan kunnen we daar bij gelegenheid eens over debatteren. Vragen als 'hoe heb je die mening opgebouwd' en vooral 'wat is er nodig om jou van gedacht te doen veranderen' heb ik na het lezen van dit boek in mijn rugzak van actief luisteren toegevoegd...