donderdag 8 januari 2026

Wat de peper-en-zout-vlinder leert over het belang van economische diversiteit voor een groeiende Vlaamse economie in 2026...

Tijdens de Industriële Revolutie in Groot-Brittannië trok de evolutie van de peper-en-zout vlinder de aandacht van menig bioloog. Toegegeven, het is een iet of wat gepopulariseerde benaming voor de Berkenspanner, maar deze blog kreeg vorm in de tsunami aan culinair genot die de Kerstdagen kenmerkt, tenminste als je het geluk hebt om daarvan te kunnen genieten. Voor de 19de eeuw waren de meeste peper-en-zoutvlinders eerder lichtgekleurd. Dat zorgde voor een ideale camouflage tegen boomschors bedekt met lichte korstmossen. Door de vervuiling en roetafzetting door de toenmalige door kolen gedreven industrialisering, stierven de korstmossen af en werden de boomstammen donkerder. Binnen de populatie van peper-en-zoutvlinders bestonden door genetische variatie al donkere varianten, maar die waren zeldzaam. Toen de omgeving door industrialisatie veranderde, kregen net deze donkere motten een groot selectief voordeel. De lichtere motten vielen op en vielen daardoor ten prooi aan de vogels. Een mooi staaltje van hoe genetische variatie binnen een populatie leidt tot snellere adaptatie aan veranderende omgevingsfactoren. Dit fenomeen werd al in 1930 theoretisch onderbouwd door de Britse statisticus en evolutionair bioloog Ronald Fisher. In zijn fundamentele theorema van de natuurlijke selectie stelde hij dat de snelheid waarmee een populatie zich aanpast aan een veranderende omgeving direct evenredig is aan de genetische variatie binnen die populatie. Met andere woorden: hoe diverser een populatie, hoe groter de kans op succesvolle aanpassing en evolutie. 

Over naar economische ecosystemen. Innovatieve en bloeiende regio’s zijn niet alleen afhankelijk van topbedrijven, maar meer nog van de dynamische wisselwerking tussen corporates, kmo’s en startende ondernemingen. Net zoals in de natuur, waar een homogene populatie kwetsbaarder is voor ziekten en externe schokken, is een monocultuur in de economie gevaarlijk. Regio’s die te sterk afhankelijk zijn van enkele grote bedrijven of een specifieke sector, lopen het risico om bij een economische schok hun competitiviteit te verliezen. De sluiting van de Limburgse mijnen was een duidelijk voorbeeld van een te sterke afhankelijkheid van een homogene populatie. Mooi beschreven is ook The rise and fall van de Detroit met haar automobielnijverheid, zeker na de financiële crisis van 2008.  Diversiteit in de bedrijfswereld, met een evenwicht tussen starters, kmo’s en grote ondernemingen, zorgt ervoor dat innovatie sneller doorstroomt en dat ook de Vlaamse regio zich beter kan aanpassen aan marktschommelingen. Ze hebben daarbij elk hun rol:

  • Startups: de mutaties van de economie. Startende bedrijven spelen in deze context de rol van genetische mutaties in een evoluerend systeem. Niet elke startup overleeft, maar de experimenten en innovaties die start-ups introduceren, zorgen voor disruptie in bestaande of creatie van nieuwe markten. Van fintech, over legaltech tot medtech: voor zowel elke sector kunnen nieuwe oplossingen gestut door stevige business modellen zorgen voor disruptie.  Deze mutaties brengen vernieuwing en zorgen voor een continue stroom aan ideeën die de economische veerkracht versterken. Of zoals het jaarverslag 2025 van de Nationale Raad voor Productiviteit het stelt: "Innovatieve start-ups en scale-ups vormen een cruciale motor voor disruptieve innovatie en structurele transformatie, en dus voor productiviteitsgroei. Hoewel hun aantal beperkt is, kunnen zij uitgroeien tot een nieuwe generatie van technologische koplopers die niet alleen hoge toegevoegde waarde creëren, maar ook positieve spillovers genereren voor het innovatie-ecosysteem in brede zin (inclusief de niet-marktactoren). Bovendien kunnen deze ondernemingen bijdragen aan het verkleinen van de afhankelijkheid in strategische sectoren en sleuteltechnologieën, en versterken ze zo de Europese weerbaarheid." We trekken daarom dit jaar ons instrument Innovatieve Starterssteun verder open met maandelijkse pitchdagen waardoor pionierende start-ups nog sneller weten of ze ondersteuning kunnen krijgen richting proof of business/concept. De oproep Schaalklaar 2026 staat ook al open met een verplichte vooraanmelding van 24 tem 30 april.

  • Kmo’s als de adaptieve specialisten. Middelgrote bedrijven vormen het adaptieve middensegment van het economische ecosysteem. Ook al zeggen we vaak dat kmo's de ruggengraat vormen van de Vlaamse economie, hun rol in het geheel en de uitdagingen die daarbij spelen heden zijn niet te onderschatten. Zij nemen vaak succesvolle innovaties van startups over en schalen deze op binnen hun markten. Ze vormen de brug tussen ruwe innovatie en massale adoptie. Door hun wendbaarheid en pragmatische aanpak spelen zij een cruciale rol in de verspreiding en optimalisatie van nieuwe technologieën binnen een bredere industriële waardeketen. Dit jaar publiceerde de OECD een rapport met als titel 'Unleashing SME Potential to Scale Up' over succesfactoren om scalers beleidsmatig te ondersteunen. Hoewel binnen het segment van startups het schalingspotentieel % hoger is dan bij kmo's, is voor de ganse economie bekeken het schalingspotentieel bij mature kmo's beduidend groter, gezien er in de economie veel meer kmo's zijn.

  • Corporates: de stabiliserende kracht Grote bedrijven zijn de mastodonten van de economie. Ze beschikken over de middelen om grootschalige innovatie te ondersteunen, hebben toegang tot internationale markten en bieden stabiliteit in tijden van economische turbulentie. Maar zonder interactie met kleinere en innovatieve spelers kunnen ze log en inflexibel worden. Een deel (eerder te weinig)corporates investeren daarom in startups via corporate venturing of zetten samenwerkingen op met kmo’s om innovatie sneller te adopteren.  

Balans opzoeken tussen stabiliteit en vernieuwing Een succesvolle economische regio is niet anders dan een succesvol natuurlijk ecosysteem: er is een constante dynamiek nodig tussen stabiliteit en vernieuwing. Te veel stabiliteit (monocultuur) leidt tot rigiditeit en crisis bij verandering, terwijl te veel chaos zonder sterke spelers resulteert in een ongestructureerd en kwetsbaar systeem. We hebben dus nood aan een industriebeleid én een visie die inzet op sterke start-up & scale-up systemen én op een brede diffusie van innovaties naar kmo's. Met VLAIO zetten we daarom ook in 2026 bewust verder in op het ondersteunen van alledrie met een mix van instrumenten zoals het financieel ondersteunen van innovatie en duurzame investeringen, het aanmoedigen van innovatief aanbesteden vanuit overheden, het uitbouwen van een sterk netwerk van universiteiten, onderzoekscentra, incubatoren, clusters, investeerders en ondernemerschapsorganisaties én een eigen aanbod van begeleiding via onze VLAIO bedrijfsadviseurs. Zij adviseren in hoofdzaak ambitieuze start-ups & scale-ups en kmo's, verbinden ze met relevante kennis en mogelijke financiers en verlagen de toegang tot Vlaamse en Europese subsidies en partners. Net zoals Fisher aantoonde dat genetische diversiteit de motor is van evolutie, is economische diversiteit de sleutel tot een veerkrachtige en innovatieve Vlaamse regio en daar dragen we met veel overtuiging verder toe bij in dit nieuwe jaar...

Ik wens je een gezond, veerkrachtig en divers 2026!


donderdag 23 oktober 2025

Wat een aardworm me leert over innovatie...

Sinds 1991 worden in de loop van september de Ig Nobel prijzen uitgereikt. Die parodie op de Nobelprijs begint stilaan meer aandacht te krijgen dan de uitreiking van de nobelprijzen zelf. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de op het eerste zicht lachwekkende  wetenschappelijke onderzoeken die daarbij aan bod komen. Lachwekkend op het eerste gezicht, maar aan het tweede gezicht heeft menig mediakanaal niet echt behoefte. Vaak blijft het dus bij het ietwat spottend neerzetten van de winnende onderwerpen. De prijzen gaan desalniettemin naar echt, gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek dat vaak op iets langere termijn wel degelijk waardevol is.  Ig Nobel verwijst uiteraard naar de echte Nobelprijzen, maar 'ignoble' betekent ook zoveel als niet-nobel of onnozel.  

Dat je bij kop-of-munten werpen 50,8% kans hebt dat het kop is als je met de kopzijde omhoog begint, zou je nog onnozel kunnen noemen, in de zin van 'hoe gaat daar de wereld beter van worden.' Misschien denken diehard gokkers daar anders over. De steekproef om tot die conclusie te komen was trouwens best indrukwekkend, want er werd meer dan
350 000 keer opgegooid. Er moeten mensen zijn die nu nog in hun slaap aan het tossen zijn. Dat zoogdieren door hun anus kunnen ademen was een oprecht Japans onderzoek, opgestart tijdens de corona-epidemie. Beademing was toen bij veel patiënten moeilijk en er was een gebrek aan beademingsapparatuur. Testen met ondermeer varkens toonden aan dat de darm ook in staat is om zuurstof in het bloed te brengen, net zoals bij vissen. Het opgeblazen gevoel in je darmen en de resulterende flatulentie als gevolg van zo'n enterale beluchting neem je er allicht wel voor lief bij als je zuurstofconcentratie begint te flirten met de kritische ondergrens.

Mijn aandacht werd vorig jaar getrokken door een onderzoek waarin een aantal noorderburen betrokken waren: dat naar het bewegingsgedrag van nuchtere en dronken wormen. Nu vind ik dat een worm ook in nuchtere toestand verschijnselen vertoont die je kan associëren met hogere promille gehaltes. Dat zich krampachtig voortrekken over de grond, doet toch wel eens denken aan de gevolgen van een lichtjes uit de hand gelopen cantus. Maar in het onderzoek werd dus een vergelijkende test gedaan tussen bloednuchtere wormen en soortgenoten die wat in de wind waren. Hoe die wormen dronken werden gevoerd, interesseert me sterk, maar kwam ik niet te weten uit de artikels die verschenen. Opzet was om te observeren hoe ze uit een doolhof geraakten. Daarbij stonden de wormen model voor polymeren. Enige gelijkenis tussen beiden is niet zo ver gezocht, want ook polymeren vertonen beweging, meestal onder invloed van temperatuurveranderingen. Dronken wormen bleken er langer over te doen om het doolhof te verlaten. Ze bewegen namelijk trager. Niks menselijk is hen vreemd zou je bijna denken. Het onderzoek laat wat in het midden wat daar nu qua conclusies uit getrokken kan worden voor de polymeren. Het is ook niet duidelijk of de mate van dronkenschap van de wormen een factor is om hun voorspellend gedrag voor polymeren te verbeteren. Opzet van de Ig nobelprijzen is nu eenmaal dat je er moet mee lachen om je dan aan het denken te zetten. 

Veel mensen vinden zo'n regenworm maar een vies beest, vaak omdat ze er een kleine slang in zien en slangen staan niet bepaald hoog aangeschreven qua aaibaarheidsfactor. Nochtans heeft zo'n regenworm aaibare borstels op zijn/haar (ze zijn hermafrodiet) segmenten. Die borstels, gevormd door kleine, eerder harde haartjes, helpen de worm om grip te hebben en zijn ook functioneel bij het bepalen van de richting waarin het wormenlichaam zich voorttrekt. Voorttrekken gebeurt door een afwisseling van spiercontracties. De kringspieren in segmenten trekken samen waardoor het segment gevuld met vloeistof smaller en langer wordt. Daarna trekken de lengtespieren samen waardoor het segment breder en korter wordt. Van voor naar achter geeft dat een accordeonachtige vorm van voortstuwing.

Zo'n segment gebaseerde voortbeweging trok in het verleden al de aandacht van  onderzoekers. Het maakt de wormen immers zeer lenig in het aanboren van kleine ruimtes in de bodem waardoor ze hun pad met zo weinig mogelijk energieverbruik kunnen doorzetten.  Het bracht General Electric een paar jaar terug al tot het bouwen van een Worm robot in opdracht van DARPA, het Amerikaans Agentschap dat zwaar investeert in nieuwe technologie om de nationale veiligheid te verzekeren. In hun 'underminer' programma financieren ze onderzoek naar het snel aanleggen van tactische tunnelnetwerken in vijandelijk gebied. Dat is belangrijk om bv. bevoorrading in dat gebied te verzekeren of om reddingsoperaties op te zetten. Het boren van tunnels moet dan met een minimum aan energie gebeuren. En jawel, een wormboor bestaande uit verschillende segmenten lijkt daartoe best potentieel te hebben.

Wormen brengen gelukkig niet alleen inspiratie in militaire middens. Laat ons niet vergeten dat het in de kern vooral echte ecosysteemingenieurs zijn. Dit filmpje maakt duidelijk hoe productief ze zijn in dat kerntalent. Darwin noemde ze de natuurlijke ploeg van de wereld, schattend dat om de zoveel jaar de oppervlaktelaag van de aarde de maag van aardwormen passeert. Ze verplaatsen en mengen zo continu bodemdeeltjes en organisch materiaal wat zorgt voor een lossere, verrijkte bodemstructuur.  Ze zorgen zo ook voor een betere afvoer van water in de bodem en ze zorgen via hun uitwerpselen voor een bodemverrijking. Of ze ook kunnen ademen via hun anus is me niet duidelijk. Misschien wel een onderzoeksitem waar wel een Ig Nobel prijs inzit... 

donderdag 8 mei 2025

Van de finale van de mini-ondernemingen naar de liervogel is een kleine stap...

Foto: Wikimedia commons
Afgelopen week was het weer finale van de Vlaamse mini-ondernemingen, een mooi initiatief van VLAJO (met de J), ondersteund door VLAIO (met de I). De J staat voor jong.Nu is werken binnen VLAIO (met de I), niet zelden in interactie met start-ups en jonge ondernemers, zeker een goed recept om jong van geest te blijven. Binnen VLAJO (met de J) is jong echter nog wat jonger, gezien de doelgroep al start vanaf de kleuterklas. Jureren in de doelgroep secundair onderwijs is elk jaar een plezier gezien het enthousiasme van al dat onluikend ondernemerstalent. Niet dat al die mini-ondernemers daarom later voor een eigen start-up zullen gaan. Je voelt wel dat minstens de kiem gelegd wordt voor een ondernemende geest en niet in het minst - ze benoemen het bijna allemaal als hun grootste te overwinnen moeilijkheid - ze leren dat samenwerken en communiceren niet vanzelf gaat.  Wat me de afgelopen jaren opvalt is de opvallende vlotheid waarmee die teams extern communiceren. Website, socials, betrekken van partners & sponsors tot het opzetten van verkoopsstanden: ze komen echt uit hun kot en begrijpen dat co-creatie en een multi-channel aanpak de norm is om op een redelijke korte termijn iets te ontwikkelen en in de markt te krijgen.

Er zijn best wat gelijkennisen met vogels op dat vlak. Mannetjes vogels moeten het hebben van een indrukwekkend verenkleed of een opvallend zang om aandacht te trekken van het vrouwelijke geslacht. Sommige soorten zijn door de evolutie gezegend dat ze beiden sterk hebben ontwikkeld. De liervogel is een voorbeeld van een soort die resoluut inzet op een multi-channel aanpak om de kans op tractie bij de beoogde doelgroep te verhogen. De naam alleen al doet op het eerste gezicht vermoeden dat de liervogel de Assurancetourix in het bos is die met z'n lier als een volleerde bard zijn eigen composities brengt.

Zijn naam ontleent de liervogel aan zijn indrukwekkende staart die hij als troef inzet richting het maken van een date. Die staartpluim omvat 2 brede gebogen veren aan de zijkant met daartussen veel kleinere veren. Als hij bij de hofmakerijzijn staart rechtzet, lijkt het geheel sterk op een lier. Niet dat hij er muziek meemaakt, want om zijn doelgroep auditief te bekoren, schakelt hij andere talenten in.  Als de  Guga Baul van het Tasmaanse woud slaagt deze vogel erin een grote variëteit van geluiden te imiteren en die te integreren in zijn eigen lokroep. Deze video toont hoe hij die gave volop uitspeelt. Historisch gezien bouwde hij zijn repertoire op door andere vogelgeluiden te integreren in zijn eigen composities. Maar in het huidige Antropoceen heeft hij zijn sample-collectie uitgebreid met een veel diverser pallet van klanken. Dit resulteert in hits van de liervogel featuring camerasluiters (het is een erg instammagrable vogel), motoren, geweerschoten (de jacht is nooit veraf), sirenes van brandweerwagens, kettingzagen (Tasmanië staat houtkap in haar oerbossen weer toe) tot zelfs een huilende baby. Wetend dat hij in het paarseizoen tot 4 uur per dag zijn boxen opendraait, biedt die variatie voor elk vrouwtje wat wils. 

De vogel maakt indruk, dat staat vast. En dat is een puike manier om opgenomen te worden in de lokale legendes of memes. Het verhaal dat een liervogel het werk van een groep houtzagers stopzette door het geluid van de schaftsirene na te doen, is bijna te mooi om niet waar te zijn. 

Nieuwe composities maken door integratie van bestaande samples om zo iets compleet unieks te maken is een techniek die in de kunst wel meer gehanteerd wordt. Good artists copy, great artists steal. Of Picasso echt aan de oorsprong zit van die quote is nog maar de vraag, maar het is een feit dat menselijke creativiteit vaak een nieuwe amalgaam maakt van bestaande ingrediënten. Als die combinatie slim inspeelt op een (latente) behoefte, bv. een probleem dat wacht op een nieuwe oplossing, is het touche. Dat geldt bij de liervogel, maar ook bij de Homo sapiens en ook bij de deelnemende mini-ondernemingen. Er wordt opvallend vlot geassocieerd in het ontwikkelen van hun aanbod, zoals bv. een spel om kinderen in contact te brengen met hun eigen emoties gebaseerd op een spel voor jonge ouders. Of ze dat nu zelf bedacht hebben of met ondersteuning van AI, is voor mij irelevant. Net zoals de vraag of AI creatief is, weinig relevant is. De vraag is welke nieuwe vormen van recombineren mogelijk wordt door het inzetten van deze technologie en of die resulteren in nieuwe oplossingen voor bestaande behoeftes of het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. Het antwoord daarop was wel duidelijk kijkend naar al dat moois dat dinsdagavond werd gepresenteerd...

dinsdag 25 maart 2025

Wat meeuwen me leren over innovatie...

De lente is in het land en dat is voor Mooimakers, een initiatief van OVAM, Fost Plus en VVSG meteen jaarlijks het startschot voor de grote lenteschoonmaak. Zwerfvuil trekt zwerfvuil aan. Genoeg reden dus om afgelopen zaterdag met andere vrijwilligers 10-tallen zakken zwerfvuil te verwijderen in Meerhout, inclusief 3 kookpannen met anti-aanbak coating die op een strook van 2 km in de gracht waren gedumpt. De verhoogde aandacht voor de schadelijkheid van PFAS, moet iemand duchting doen panikeren hebben. Kleiner zwerfvuil spoelt vaak af en belandt dan in de riolering en uiteindelijk dus in de Noordzee. Genoeg reden om zondag met een deel collega's van VLAIO Team Bedrijfstrajecten ook mee te doen aan de beach cleanup in Oostende. Uiteraard, hoe kan het anders op het strand, luid aangemoedigd door de plaatselijke geverderde bevolking: een diversiteit van meeuwen.

In de orde van de steltloperachtigen neemt de familie van de meeuwen een bijzondere plaats in. Wat in de volksmond een meeuw is, waarbij het adjectief 'vervelende' nooit ver weg is, omvat een diversiteit van vogels zoals de zilermeeuw, dwergmeeuw, kokmeeuw, grote en kleine mantelmeeuw en grote burgemeester. Op veel fans moet de meeuw niet rekenen, toch niet op een zonnige zomerdag aan het strand. Nochtans omvat de familie van de meeuwen een rijke populatie van meer dan 40 soorten van vernuftige vogels. Dat die vaak zeer moeilijk van mekaar te onderscheiden zijn, zeker als ze nog jong zijn, zorgt ervoor dat ze ook bij ornithologen wel eens een zucht ontlokken. 

Dat meeuwen niet zo geliefd zijn heeft uiteraard vooral te maken met hun opvallende aanwezigheid. Niet enkel qua geluid, maar assertief gedrag is hen niet vreemd zoals dit filmpje illustreert. Je kan die beesten moeilijk verwijten dat ze massaal de massa opzoeken. Enig opportunisme is hun niet vreemd: ze weten dat de homo sapiens het niet zo nauw neemt met eten, en meer in het bijzonder met etensresten. Meeuwen zijn opruimers en soms is het nu eenmaal niet zo duidelijk of die friet in een bak(je) nog voor menselijke consumptie bedoeld is of niet. Voedselresten hebben we dus niet gevonden bij de beach cleanup. Sommige soorten meeuwen zijn ook niet vies van wat kleptoparasitisme, waarbij ze ook andere vogels of dieren wel eens een prooi afhandig durven maken. 

Meeuwen zijn bijzonder efficiënt en effectief in het jagen op voedsel. En ze pakken dat jagen ook vaak gezamenlijk aan. Een consortium van Engels, Australische en Chinese onderzoekers (publicatie) onderzocht het jachtgedrag van meeuwen en catalogeerde ze als meedogenloos efficiënt, waarbij ze doelgericht blijven met een minimum aan energieverbruik. Ze ambiëren om via een algoritme dat gedrag te imiteren om te bepalen waar in een cloud computing netwerk het best virtuele machines geplaatst worden. Die virtuele machines zijn een soort knooppunten die gegevensworkflows routeren naar fysieke supercomputers. Ze beschouwen daarbij de supercomputers als meeuwenvoer en de virtuele machines als de jagende meeuwen die hun kostbare doel in de gaten houden met de urgentie van een hongerige carnivoor. Meeuwen jagen zonder botsingen omdat ze van nature hun vlieggedrag afstemmen op de sterkste vogel onder hen. Aanvallen doen ze in een vorm van neerwaartse spiraal, berekend als een combinatie van cosinussen. Wat wiskundige optimalisatie is die vogels niet vreemd duidelijk.  Het imiteren van hun gedrag biedt perspectieven op een energiebesparing van 5,5% en een vermindering van de druk op het netwerk met zelfs 70% volgens de onderzoekers.  Qua inspiratie voor innovatie kan dat tellen.

Meeuwen zijn ook een zeer geliefkoosd studieobject op vlak van vliegen met een minimum aan energieverbruik. Ze hebben het vermogen om de hoek van hun vleugels en staartveren aan te passen om de lift en wendbaarheid te maximaliseren. Dat laat ze ook toe om op één plek te blijven hangen, waarbij ze de omgeving afzoeken naar voedsel. Niet zo verrassend dus dat deze prachtige vogels een inspiratiebron zijn geweest voor dronebouwers die dat vluchtgedrag willen imiteren om roterende componenten te vermijden. Festo bouwde ooit dit prototype, maar onzeker of er een geschikte business case achterzat, want echte toepassingen vind ik niet meer terug. De natuur imiteren is geen abosulute garantie op business succes. 

Meeuwen hebben met kraaiachtigen gemeen dat ze behoorlijk intelligent zijn. Het openbreken van schelpen doen ze bv. door ze van op grote hoogte te laten vallen. Voor het verschalken van wormen hebben ze deze hippe dans bedacht. Toegegeven, het zijn aandachttrekkers, maar ze halen er resultaat mee. Zelfs het concept freerider is hun niet vreemd.

Een 10-tal jaren terug speelden we een spel petanque op het strand dat de aandacht trok van een zilvermeeuw. Even dachten we dat het beest ons aan het aanmoedigen was, tot het een duikvlucht inzette, zich op de cochonnet (dat kleine houten balletje) stortte en die mee de lucht innam. Het vroeg behoorlijk wat lawaai van onze kant om de vogel te verschrikken, waarna die het balletje terug dropte en wij ons spel konden verder zetten. De meeuw had de smaak evenwel te pakken en trok uiteindelijk toch aan het langste eind: game over. Meeuwen mogen dan wel geniale jagers zijn, ze zijn niet onfeilbaar in het herkennen van voedsel. Of zouden ze nog slimmer zijn dan we denken...

woensdag 5 februari 2025

Wat het boek 'Luisteroefeningen' van Myriam Rasch me leert over innovatie...

Goed kunnen luisteren. Actief luisteren. Onbevoordeeld luisteren. Ik kan nog wel even doorgaan met het formuleren van verwachtingen als het over luisteren gaat. In een wereld waarin zenden meer en meer centraal staat, wordt luisteren vaak voorgesteld als de oplossing voor het oplossen van conflicten, het vormen van coalities, maar ook om succesvol te innoveren. Nogal logisch dat dit boek van Miriam Rasch mijn aandacht trok eens het op de radar passeerde. Een boek dat wel wat doorzettingsvermogen vroeg om het door te lezen. Allicht stapte ik het boek in met iets te veel verwachtingen op basis van de titel, met iets te veel praktische verwachtingen over hoe dat luisteren dan wel in mekaar zit. Het feit dat Miriam Rasch filosofe is, is daar niet vreemd aan. Eens ik die praktisch knop omgedraaid had, kwamen sommige passages me toegewaaid als een warme wind op een gure winterdag. Al had het voor mij ook op 100 pagina's gemogen. Het boek waaiert bij momenten voor deze leek in filosofische essays wat veel alle richtingen uit, wat voor mij  de begrijpbaarheid van het gemaakte punt niet altijd verhoogde. Maar allicht is dat ook de bedoeling. Het is zo'n boek dat je regelmatig neerlegt voor reflectie en voor een maximaal begrip eigenlijk 2 keer moet lezen. 

Het gaat over een belangrijk onderwerp: leeg en open luisteren, zonder te richten op begrip of productie of zelfs verbinding, in een tijd dat aandacht economische handelswaar is geworden. Aandacht als de zeldzaamste en zuiverste vorm van vrijgevigheid. Of nog meer filosofisch uitgedrukt: goed luisteren betekent in de eerste plaats verdwijnen, de afstand tussen jezelf en de geluiden in de ruimte kleiner laten worden zodat je deel uitmaakt van de ruimte zelf. Luisteren is daarbij als het voelen op afstand. 

Luisteren is een handeling en dus onderhevig aan ethiek en ethiek van het luisteren is zowat de rode draad in dit boek. Luisteren wordt vaak gezien als een manier om kennis op te doen, om informatie te verwerven, terwijl het ook te maken heeft met niet-weten. Meer nog: niet-weten kan het luisteren versterken.  Als we iets denken te weten, luisteren we niet, overtuigd van het grote gelijk We moeten onszelf telkens leegmaken, terugkeren naar het niet-weten en enkel maar luisteren. Het doet me denken aan het belang van leeg-luisteren bij het in kaart brengen van pains en gains om te komen tot een problem-solution fit zoals dat in de Lean Startup zo sterk benadrukt wordt.  De valkuil om te luisteren met de filter van de oplossing die men voor ogen heeft, zit daar dikwijls in de weg van het niet-weten om echt te begrijpen wat mogelijk gebruikers aan behoeftes hebben.

Een boek over luisteren, kan sociale media niet negeren. Waar sociale media in het begin zorgden voor nivellering waarbij iedereen een stem kreeg, draait het nu niet vaak om inhoud maar wel om invloed. De blogger is influencer geworden.  Iedereen is zender op zoek naar likes. Luisteren is veranderd in een kwestie van meningsuiting. Er wordt een podium geboden, maar geen gesprek gevoerd. Sociale media voeden polarisatie met nadruk op wij-zij. Het werkt op de brandstof van polariserende onderwerpen en het is de pathos die weegt in de on-line gesprekken, niet het logos... De mens is een erkenning zoekend wezen waarop sociale media zeer effectief inspelen: een vraag naar je gedachten alleen al vleit enorm want geeft schijnbaar aandacht aan wat je bezig houdt. Schijnbaar, want wie eens wil nadenken valt uit de boot omdat sociale media nu eenmaal de meest recente ophef belonen. Vraag is dan of je onverschillig bent als als je daar niet in meegaat. Is meningsuiting een burgerplicht vind ik in die context vraag die me zelf bezig houdt. In een vloed aan zinloze informatie en meningen vind je vooral leegte terug. Mijn activiteit op sociale media is de afgelopen jaren behoorlijk gedaald. Dat ik de band niet volledig doorknip, is om ik soms nog reflecties zie van het wervend potentieel dat deze media kunnen hebben voor positieve initiatieven. 

Luisteren is trouwens iets anders dan gelijk geven. Het is de zorgen en waarden van een ander deel laten zijn van de eigen overwegingen. Performatief luisteren betekent dat je het beste met mensen voorhebt als je zegt dat je wil luisteren, dus zonder dat je meteen een oordeel velt of tegen argumenteert. Soms zit er trouwens een kern van waarheid in wat complete waanzin lijkt. Het doet me denken aan een podcast van Simon Sinek die ik hoorde waarin een zwarte vrouw getuigt hoe ze ku klux clan bijeenkomsten opzocht en door diep luisteren in contact kwam met één van hun trekkers die er uiteindelijk ook uitstapte. Hoe sterk is dat. Het publieke gesprek zou moeten gaan over morele overtuigingen en principes die daaruit voortvloeien. Niet om het eens te worden met elkaar, maar om een scala aan waarden boven tafel te brengen die dan samen onderzocht kunnen worden. Vaak blijkt dat onder heel verschillende overtuigingen vaak hetzelfde uitgangspunt zit, dezelfde waarden die anders ingevuld worden. Het is wel belangrijk om de participatieparadox voor ogen te houden, het fenomeen waarbij burgers die meedoen aan maatschappelijke initiatieven vaak niet degenen zijn waarvoor ze zijn opgezet waardoor de ongelijkheid kan vergroten.  Je ziet dat soms ook bij starters die in de veilige zone beginnen om hun ondernemersidee te toetsen bij bekenden, die daarom niet meteen in de finale doelgroep zitten.

Luisteren vraagt spelregels, reden dat sociocratische dialogen min of meer strikte protocollen volgen. David Bohm vertrekt vanuit analyse van veelvoorkomende fouten. We hechten bv. te veel waarde aan de eerste reactie op een vraag of opmerking die vaak komt van ingesleten denkautomatismen  of vooronderstellingen.  Zo'n eerste formulering kan wel een vertrekpunt zijn. Een goed gesprek beweegt zich vervolgens steeds heen en weer tussen misvatting en opheldering, tussen verschil en overeenstemming. Een vragenlijst is daarom een techniek die goed luisteren eerder bemoeilijkt dan mogelijk maakt.  Wat de spreker zegt en de luisteraar hoort is vergelijkbaar, maar niet identiek. De spreker moet dus ook luisteren om dat verschil te vatten. Dat verschil creëert mogelijk ruimte voor verbinding. De ontmoeting met de ander creëert een tussenruimte waar iets betekenisvol kan gebeuren door gezamenlijke verschillen te onderzoeken, zonder dat wat niet past meteen te moeten lozen.  Het is een inzicht waar politieke onderhandelaars in deze tijden hun voordeel mee zouden kunnen doen. Rasch heeft duidelijk ook het werk van Hartmut Rosa gelezen refererend naar die tussenruimte en verder in het boek ook naar de vaststelling dat  resonantie onder druk staat. Resonantie ontstaat als iets wat van buitenaf komt je treft,  zoals een muziekstuk, landschap of andere mens. Je zou wel willen maar kan het moment niet bezitten, enkel koesteren. Versnelling en versnippering in de maatschappij vreten in op de ervaring van resonantie net zoals ze luisteren moeilijker maken.

Een ander terugkerend thema is empathie, kwestie van je in de spreker te verplaatsen  en vanuit haar perspectief te begrijpen wat ze bedoelt.  Knikken, een open houding en samenvatten is daarbij belangrijk. Neem doorvragen erbij en je hebt de in coaching kringen bekende LSD techniek. Een stap verder kun je gaan door de ander stevig in haar eigen schoenen neer te zetten. De valkuil van gespreksnarcisme (genre "dat heb ik ook") is daarbij zeker te mijden.  Hou je denken in en vraag door naar de feiten. Bij innovatie gaat het vaak over doorvragen op gedrag. De ander vertelt immers vanuit een totaal andere ervaring dan de jouwe. Belangrijk daarbij: luisteren is niet hetzelfde als instemmen. Omgekeerd: van luisteren een egoïstisch project maken waarbij je grenzen moet trekken om je te beschermen tegen de boze buitenwereld, druist in tegen de kern van luisteren.

Technologie krijgt uiteraard ook aandacht in het boek. Is het luisteren door machines wel echt luisteren? Je zou de verzamelde apparaten een soort panopticon kunnen noemen volgens de auteur, naar analogie met de koepelvormige gevangenis waarin één centrale bewaker zit, maar waarbij de gevangenen niet weten of hij er effectief is.  Je weet niet waar en wanneer je afgeluisterd wordt en door wie. Technologie creëert ook afstand. Myriam Rasch verwijst naar de Ted talk van Ozlem Cekic die spreekt met mensen die haar haatberichten stuurden. De onderliggende boodschap: nabijheid geeft meer begrip. En technologie helpt daar niet noodzakelijk bij. Maar technologie kan evengoed wel een component zijn in luisteren. Milieuverontreiniging lijkt misschien abstract, maar het is gewoon te horen door een stelselmatige afname van het geluid van de natuur (insecten, vogels,…), waarbij technologie een hulpmiddel is om dat wetenschappelijk te kunnen vastleggen.

Het is wat volharden om in het boek te komen tot de essentie van de titel: luisteroefeningen. Zeker niet de essentie van het boek, maar een aantal technieken komen wel aan bod:

  • Herinneringen bewust van visueel naar auditief trekken.
  • Verbeeld klanken bij een schilderij
  • Concentreer je op (on)alledaagse geluiden, bv. door je elk kwartier af te vragen wat je hoort (trainen in deep listening)
  • Maak opnames van geluiden in je omgeving
  • Bewust afwisselen tussen globaal luisteren en gefocust luisteren op één specifieke geluid
  • Probeer geluiden op te roepen, bv. een galopperend paard
  • Draai 360 in het rond en merk op hoe wat je hoort wijzigt.

Voor mensen die auditief zijn ingesteld een vanzelfsprekendheid. Voor anderen brengt bewuster luisteren nieuwe indrukken. Dat heb ik zelf gemerkt sinds ik veel meer let op geluiden in de natuur. Het geeft een andere beleving dan een gewone wandeling. Je hoort dingen die je anders niet opvallen. Wat je aandacht geeft, groeit en dat geldt ook voor geluid.

Ik ga niet elke week een filosofisch essay van meer dan 200 pagina's lezen. Sommige passages gingen me op het eerste gezicht wat ver zoals "Zo werd ik op voorstel van mijn kippen een mens die luisterde naar vragen van kippen. En mijn kippen werden kippen die vragen konden voorleggen." Maar dan dacht ik aan nieuwe ontwikkelingen die toelaten om de gezondheid van dieren te meten op basis van geluid, waarbij de technologie hulpmiddel wordt om beter te luisteren. Zo ver gezocht is het dus niet, zelfs met een innovatiebril op.

In essentie is dit een boek dat past bij het tijdperk waarin we leven en waarin goed kunnen luisteren in niet veel CV's bovenaan prijkt. In een tijdperk waarin iedereen zendt, zijn de antennes die het scherpst zijn afgesteld het beste in staat om de essentie te capteren.  En dat geldt niet in het minste voor startende, innovatieve ondernemers die willen begrijpen op hun idee echt aansluiten bij een meerwaarde die klanten zoeken. Onze eerste pitches voor innovatieve starterssteun zitten al in de pijplijn, maar je kan je al aanmelden via onze partners of een VLAIO bedrijfsadviseur. Misschien kom je dan wel in aanmerking voor een volgende pitchronde…

woensdag 8 januari 2025

Wat het boek 'Technologie twijfelt ook' van Filip Van den Abeele me leert over innovatie...

Een boek van 600 pagina's lezen, het zou zomaar één van de voornemens kunnen zijn die je onbezonnen uitspreekt na het glas teveel bij een diner op de laatste dag van het jaar. Als je dagelijks voor je werk al behoorlijk wat lectuur achter de kiezen steekt, en dan heb ik het niet over boeken, verleg je na de werktijd de aandacht spontaan wat meer naar het niet-geschreven woord of andere activiteiten die om aandacht schreeuwen. Maar de doorsnede van technologie en ethiek interesseert me dusdanig dat dit boek wel erg z'n best deed om op mijn aandachtradar te komen. Als je werkt in een omgeving die zich tot doel stelt om innovatie binnen Vlaanderen te stimuleren en te ondersteunen en ingenieursbloed hebt in de aderen is technologische innovatie as-we-know-it in de 21ste eeuw een continu stromende bron. Ik omarm het uitgangsprincipe dat technologie zorgt voor enorme maatschappelijke vooruitgang, maar negeer niet dat ze steeds een schaduw meedraagt doordat ze voor verkeerde doeleinden kan ingezet worden. Filip Van den Abeele snijdt in dit boek 13 technologische thema's aan. Enerzijds met de passie van een ingenieur over de mogelijkheden die technologie biedt voor meer welzijn en welvaart. Anderzijds met een meer kritische blik van mogelijke negatieve of open vraagstukken die technologie zelf vaak onbeantwoord laat. Steeds op een zeer toegankelijke manier, doorspekt met voorbeelden en op tijd en stond een vergelijking of formulering die je mondhoeken omhoog trekken.  Aangename lectuur was het zeker. 

De zelfrijdende auto stelt meteen 2 thema's centraal die meerdere keren in het boek op de achtergrond meekijken: hoe navigeer je op moreel kompas en wat met privacy? Een wagen zelf laten rijden is één ding, maar hoe laat je algoritmes beslissen bij morele keuzes, in geval bv. mensenlevens onderling afgewogen moeten worden. Mag je een mensenleven met wiskunde wegen? En moeten die algoritmes dan hun keuzes laten afhangen van de regio en dus cultuur waarin ze gebruikt worden? Universele ethiek bestaat immers niet. Autonome technologie zoals bij wagens, vraagt een continue uitwisseling van data. Zijn we bereid om bv. onze locatie op elk moment te voeden met algoritmen? Wat mezelf betreft, als die-hard waze gebruiker, is het antwoord daarop al impliciet gegeven en dat is een vrije keuze. Maar daarmee heb ik nog geen antwoord op de vraag of privacy over de ganse lijn een gedateerd concept is, een illusie of een grondrecht. 

Wie data zegt, neemt het adjectief 'big' al snel in de mond. Algoritmes zijn obees en krijgen niet genoeg van big data om voorspellingen te doen. Te vaak wordt vergeten dat correlatie het daardoor begint te winnen van causaliteit. De correctheid van de voorspelling overvleugelt het belang van het inzicht in het 'waarom' die voorspelling juist is. Dat gebrek aan inzicht in causaliteit heeft al tot enkele accidenten geleid waar de algoritmes door bias de mist ingingen. Je zal maar de gedupeerde zijn als zo'n algoritme je lening weigert zonder dat de bankbediende nog kan uitleggen wat je dan wel moet doen om wel aanvaard te worden. Of als de politie voor de deur staat en meldt dat je een gevaar bent voor de maatschappij op basis van hun AI algoritme. Zo gek is het gebruik van AI binnen de rechterlijke macht niet.  AI kan beter recidive voorspellen dan rechters, maar het risico op bias is groot en AI kent geen mededogen. Optimum is dus dat rechters beroep kunnen doen op inzichten die AI aanreikt om een finaal oordeel te vellen, om met metabesef en mededogen een evenwicht te zoeken tussen efficiëntie, rechtlijnigheid en rechtvaardigheid 

Wie intelligentie zegt, denkt aan het potentieel om zelfstandig te leren, beslissingen te nemen en ze zelf ook uit te voeren. Bij menselijke intelligentie zou je daar nog waarden aan kunnen toevoegen, zoals het opnemen van de verantwoordelijkheid van de gevolgen van die beslissingen. Is technologie neutraal of moet ze met morele werden beladen zijn? Je kunt met een hamer een huis bouwen, maar ook iemands schedel inslaan. Bij Artificiële Intelligentie dreigt dus een verantwoordelijkheidskloof waarbij niemand nog verantwoordelijk kan gesteld worden. We moeten daarover nadenken. Allicht is de meest aangewezen conclusie dat een mens verantwoordelijk blijft, ook al is het over gedrag van een robot die hij zelf niet meer begrijpt. Vraag is dan welke mens. 

Dat geldt uiteraard niet minder voor de toekomstige robots, gestuwd door AI en robotica. Dat eenvoudige motorische handelingen nog zeer moeilijk zijn (paradox van Moravec) is een gegeven, maar allicht een overbrugbare kloof op weg naar verdere doorbraken in autonome robots. Doordat steeds meer robots de weg naar de werkvloer vinden,  verschuift personeelsbeheer van het managen van een contingent menselijke medewerkers naar een strategie van hire and wire. Het verweven van mensen en technologie richting het behalen van kortstondige doelstellingen. De mogelijkheid om ons werk meer en meer uit te besteden, dwingt ons om na te denken over de maatschappij die we in de toekomst willen. Dat geldt niet minder in de zorgsector, waarbij zorgrobots meer kunnen doen dan werken, maar ook een vorm van gezelschap kunnen invullen. De hang naar antropomorfisme lijkt daarbij onvermijdelijk, maar kan leiden tot onrealistische verwachtingen als men emoties begint te projecteren op de robot. Die heeft er immers geen. Vraag is dan hoe je bij zo'n robots een vorm van ethisch besef moet gaan programmeren: op basis van de plichtethiek (een vast moreel kompas) of de gevolgenethiek (in functie van gevolgen van gesteld gedrag) om maar iets te zeggen.

De maakbaarheid van het leven door de grote stappen die we zetten op vlak van genetica, vraagt nog meer een verantwoordelijkheidsbesef. Waar de genetica enorm veel mogelijkheden biedt om te komen tot een hogere levenskwaliteit en het vermijden van onnodig medisch leed, zijn er toch grenzen aan de maakbaarheid als je de vrijheid en autonomie van het individu als waarde inroept.  Kinderen genetisch gaan selecteren bezwaart ze met mogelijk irreële verwachtingen en kan dus bij voorbaat hun vrijheid inperken. Ingrijpen in een gen kan een beoogd effect realiseren, maar op langere tijd een niet-beoogd effect blootleggen.

Het potentieel op vlak van een verbeterde gezondheidszorg is niet enkel groot door de technologische doorbraken rond genetica. De e-health boomt als nooit tevoren, met de glorie van de preventie als leidend richtsnoer. Dat de bewijslast voor gezondheid daardoor steeds meer op de schouders van het individu komt, is een evolutie in lijn met het tekort aan gezondheidswerkers. We zijn in de toekomst misschien wel ziek tot we kunnen aantonen dat we gezond zijn, al kan het net zo goed andersom zijn, zeker wat verzekeraars betreft. Verzekeren verschuift van het collectiviseren van gemeenschappelijke risico's naar het viseren van individuele verantwoordelijkheid. Het individu wordt losgeweekt uit de populatie van risicoprofiel. Solidariteit is zo niet langer gestoeld op de gevolgen van tegenslag maar op de oorzaken ervan. Het potentieel van preventie verhoogt ook het risico op overdiagnose.  Quantified selfies (nvdr wat een prachtige term) dreigen daarbij obsessief te focussen op elk signaal dat afwijkt van een steeds strengere gezondheidsnorm, waarbij de meting misschien zelf ziek maakt. Je bent best geen quantified selfie met hypochondrie

Epistemologie stelt dat kennis tot stand komt door een actieve constructie, eerder dan een passieve voorstelling van de realiteit. Wat we al weten bepaalt hoe we nieuwe zaken kunnen kaderen, aanleren en begrijpen. Kennis fungeert dus als kapstok om nieuwe inzichten aan op te hangen. Het oordeelkundig raadplegen van bronnen wordt belangrijker dan het memoriseren van kennis. Onderzoek toont aan dat jongeren een goed begrip hebben van een opgelegde zoekopdracht, ze weten welke zoektermen ze moeten gebruiken, maar ontsporen eens ze in de grote WWW-zee zitten te zoeken, surfend van de ene golf naar de andere. Van de Homo sapiens dreigen we dus te evolueren naar de homo zappiens. De succeselementen voor leren bij jongeren zijn een progressief stijgende moeilijkheidsgraad, verslavende beloningsschema's en uitzicht op een topscore, een trio waarop games perfect inspelen. Die gamification aanpak werkt blijkbaar het best voor beschrijvende vakken als aardrijkskunde en geschiedenis, maar blijkbaar veel minder voor wetenschappen en wiskunde. Technologie alleen zal de achteruitgang van het Vlaamse onderwijs niet rechttrekken dus. In heel de discussie over het meer en beter inzetten van technologie in het onderwijs (E-ducatie), is vooral te vermijden dat de leerkracht wordt vervangen als instrument van de instructie. Computers moeten de docent versterken in het geven van de opdracht, niet vervangen en het bieden van ondersteuning op maat. Het detecteren van de nodige ondersteuning, daar kan AI dan weer wel bij helpen. Steeds 'human' in de loop dus.

Die opleiding zal nodig zijn om als maatschappij het klimaatprobleem onder controle te krijgen. Pessimisten zien enkel naderende ellende en verval, maar realisten zien een markt van mogelijkheden.  Er is ruimte voor optimisme, op voorwaarde dat we de mouwen opstropen en onze problemen doordacht en rationeel aanpakken. Ruim 80% van de broeikasgassen sinds begin van industriële tijdperk is veroorzaakt door het Westen. Wij zijn dus de eerste generatie die willens nillens moreel bewaard is om dit aan te pakken. Maar hoe verdeel je wereldwijd de inspanning dan? Op basis van rechtvaardigheid (Westen beduidend meer dan de rest), op basis van vergelijkbare marginale kosten (relatieve inspanning gelijk), op basis van uitstoot per inwoner of op basis van behandelbare emissierechten? Het is voer voor discussies op allerhande COP Klimaatconferenties. De dispersie van aansprakelijkheid vertroebelt onze blik stelt Filip: het is alsof we medeverantwoordelijk zijn met miljoenen anderen voor een miljard kleine acties in een triljoen momentjes. Daar komt nog bij dat onze inspanningen maar ten goede komen van volgende generaties en dat we geen robuust ethisch kader hebben om daarover op die termijn na te denken. Een perfect morele storm dus en zonder twijfel de grootste morele uitdaging waar we voor staan.  Wie klimaat zegt, zegt ook energie. De voorbije eeuw hebben we ruim 1000 miljard vaten olie opgepompt waarvan de helft de voorbije 20 jaar. Die zijn niet allemaal voor energie bestemd, maar toch grotendeels. De auteur is resoluut voorstander om verder in te zetten op nucleaire technologie om het klimaatprobleem aan te pakken. Hier spreekt zijn vooruitgangsoptimisme het hardst want natuurlijk stelt het nucleaire afval toekomstige generaties voor grote uitdagingen.

Dat de evolutie van de sport sterk door AI bepaald wordt, is op dit moment al een realiteit. Wat de denksport betreft is dat al wat langer duidelijk: geen enkele mens kan sinds Deeper Blue nog winnen van de sterkste schaalalgoritmes. Dat geldt ondertussen ook al voor het veel complexere GO spel. Als je de film Moneyball zag, kan je je een beeld vormen van het potentieel van data in de fysieke sport en die film dateert van 2011.  Algoritmes die aan de basis lagen van Alphago, worden nu gebruikt om te begrijpen hoe eiwitten zich oprollen (Alphafold), om de energie behoefte van Google voor haar datacenters te reduceren,... Het illustreert hoe AI zich vlot beweegt tussen disciplines. 

Die AI zal meer dan nodig zijn in evoluties in Smart Farming. De komende dertig jaar zullen we immers ruim 50% meer calorieën moeten produceren.  Nu dacht men in de jaren '70 al dat de landbouw niet in staat zou zijn de extra monden te voeden tegen de 21ste eeuw. Ondanks die doemscenario's, hebben veredelingstechnieken, hogere productiviteit door inzet van machines, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen geleid tot het opvangen van die bevolkingsgroei. Het Haber-Bosch proces is nog steeds de sleutel tot wereldwijde ammoniak productie en dus kunstmest. Volgens sommige wetenschappers dankt een derde van de wereldbevolking haar leven aan dat proces. Dat momenteel 700 miljoen mensen honger leiden en 1,5 miljard mensen ondervoed zijn, is dus niet door een tekort aan voedsel, maar wel door een gebrekkige verdeling van dat voedsel. Het potentieel om productiviteit en gewasopbrengsten verder te verhogen de volgende decennia is het argument van aanhangers van land sparing. Doel is op een minimaal areaal zoveel mogelijk te produceren om daarnaast zoveel mogelijk ruimte beschikbaar te hebben voor bv. natuur. Bij landsharing beoogt men daarentegen via agro-ecologische technieken landbouw in te bedden in de natuur. Dat resulteert natuurlijk in veel meer nood aan oppervlakte voor landbouw, die dan wel meer geïntegreerd is met natuur. Beiden hebben het goed voor met de natuur, maar op een andere manier. Het toont aan hoe moeilijk discussies zijn als ethiek en moraliteit op de schouders mee het debat voeden.  Feit is dat landbouwers meer en meer techneuten worden met ook dilemma's over het al dan niet delen van data met hun leveranciers die op basis van die data tegen betaling adviezen verstrekken. 

Slotsom: het boek telt enorm veel vraagtekens en dat illustreert hoeveel dilemma's er zijn en hoeveel extra vragen die oproepen als je het hebt over technologische vooruitgang. Ze bespreekbaar maken is een eerste belangrijke stap. Dat is de verdienste van dit boek. Rode draad doorheen alle dilemma's is dat technologie die niet zal oplossen, al zou je nog kunnen proberen om generatieve AI advies te vragen. Het is dus aan ons mensen om met de dilemma's om te gaan. Bewustwording en open dialoog vraagt dat met oog voor alle standpunten. Human in the loop blijft cruciaal bij elke technologische evolutie. Als 'human' in de AI loop wens ik je in elk geval een gezond en boeiend 2025...

woensdag 20 november 2024

Wat Joshua Bell me leert over innovatie...

Je kent ze ondertussen allicht wel: selectieve aandachtstesten. In het begin van het vorige decennium, toen ik nog brainstorms faciliteerde, was zo'n aandachtstest altijd een welgekomen opener. De meeste bekende is die van de basketters, waarbij je wordt gevraagd hoeveel baltoetsen er gebeuren door de ploeg in witte tenue. Spoiler alert: het gaat natuurlijk niet over de gevraagde opdracht, maar wel over wat niet gevraagd wordt, maar wel gebeurt. Selectieve aandacht zet onze zintuigen scherp op één specifieke gebeurtenis, taak of object waardoor we andere zaken niet of veel minder waarnemen. Het lijkt erop dat onze hersenen dan relevante informatie informatie scheiden van minder relevante. Of toch wat we zelf als relevant zien, want wat ik relevant vind, is duidelijk niet altijd  noodzakelijk wat mijn vrouw relevant vindt als ze me soms wijst op mijn al dan niet bewust selectief gehoor. De kaart van de werkelijkheid is voor iedereen nu eenmaal anders. Dat beseffen, ook als de emotie hoog oploopt, zou al veel conflicten in de wereld vermijden. 

De Britse cognitieve wetenschapper Colin Cherry deed experimenten waarbij mensen in hun hoofdtelefoon links en rechts andere informatie doorkregen. Hij vroeg ze om zich te focussen op één oor. Naderhand bleek dat ze die informatie veel beter hadden opgeslagen in hun hersenen. Cherry noemde dit het Cocktail Party Effect, refererend naar de gave van de meeste mensen om op een feestje zich te concentreren op hun gesprekpartner, waarbij alle andere gesprekken niet of minder gecapteerd worden. Selectieve aandacht heeft zo z'n voordelen. Vraag dat maar aan mensen met APD (auditory processing disorder), een auditieve verwerkingsstoornis, ook wel bekend als het King-Kopetzky syndroom. Ze hebben een normaal gehoor, maar ze kunnen de informatie niet verwerken zoals anderen. Daardoor hebben ze het moeilijk met het opvolgen van mondeling instructies, luisteren ze slecht, worden ze zeer snel afgeleid in gesprekken en horen ze slecht bij achtergrondgeluiden, juist omdat ze niet selectief hun filter kunnen instellen. Dat slecht horen bij achtergrondgeluiden is me alvast niet onbekend. 

Van selectieve aandacht naar selectieve perceptie is een kleine stap. Als je 10 mensen een traject laat wandelen doorheen een stad en  achteraf vraagt wat ze gezien hebben, krijg je redelijk wat verschillende antwoorden. Wie graag uit eten gaat zal misschien zeggen dat de stad veel toffe restaurantjes heeft, wie veel van natuur houdt zal eerder dat prachtige park bijblijven. 10 mensen, evenveel verschillende perspectieven. Het is iets wat je in een organisatie altijd voor ogen moet houden bij het dialogeren over kansen en bedreigingen en strategie bij uitbreiding. Selectieve perceptie maakt ook dat die veronderstelde game-changing innovatie bij een groot deel van de potentiële markt toch niet de gezochte oplossing blijkt. Hoe meer inzicht in de filter van een medewerker of klant, hoe beter je begrip voor gedrag en uitgesproken standpunten. En die filter is helaas niet altijd erg rationeel

Enter Joshua Bell. Deze Amerikaanse topviolist werkte in 2007 mee aan een experiment van de Washington Post waarbij hij gedurende 45 minuten nabij een metrostation optrad als busker. Van de 1097 mensen die er passeerden, stopten er maar 7. Hij verzamelde 32 dollar. Een paar dagen ervoor kreeg hij voor hetzelfde repertoire 60 000 dollar toen hij meespeelde met het Boston filharmonisch orkest. De schoonheid van een topviolist was duidelijk niet intrusief genoeg om de selectieve waarnemingen van de forensen te doorprikken. Een andere mogelijke verklaring is dat mensen niet erg goed in staat zijn om hun aandacht te richten op kwaliteit als ze bezig zijn met dagdagelijkse beslommeringen. Als de perceptie is dat je een busker bent, dan word je duidelijk ook betaald als een busker. Is de perceptie dat je een topviolist bent, dan krijg je een navenante beloning. Het is een belangrijk inzicht over prijszetting bij het in de markt zetten van innovaties.      

Wat dat selectief gehoor bij mezelf betreft: een paar symptomen van APD zijn me niet onbekend, maar gelukkig niet allemaal. Voor alles is evenwel een oplossing. Ondertussen weet mijn vrouw dat als ik aan de laptop werk, er oogcontact moet zijn als ze zeker wil zijn dat ik haar boodschap capteer.  Dan wijzigt mijn inschatting van de meest relevante informatie acuut en dan heeft ze mijn volledige, selectieve aandacht,...

woensdag 23 oktober 2024

Wat de kakkerlakwesp me leert over cybersecurity...

Klimaatverandering duwt tropische ziektes onze richting uit. Er zijn titels die in komkommertijd minder de aandacht trekken. Titels waar een zekere bedreiging vanuit gaat, triggeren ons reptielenbrein. Dat weten ook clickbaitsites. Maar deze titel was niet bedacht doordoor iemand met een bullshit-job zoals Rutger Bregman zou catalogeren. Ze stond boven een EOS artikel. Nu moet ook EOS zorgen dat het gelezen worden, dus wat dramatiek is daarbij moeilijk te weerstaan. Maar de inhoud van zo'n artikel baseert zich wel op wetenschappelijk onderzoek.  

Het is natuurlijk geen verrassing dat meer pathogenen onze richting uitkomen. Niet zelden worden die verspreid door insecten en die zijn zeer gevoelig aan condities van temperatuur en vochtigheid. Veel van die ziektedragers voelen zich goed in hun sas als het kwik toeneemt. Neem bijvoorbeeld de tijgermug. Sinds ze in 2000 voor het eerst opdook in Vlaanderen in een bandenbedrijf, zo'n banden zijn voor die muggen als echte freeriders een ideaal transportmiddel, is het aantal waarnemingen toegenomen, vooral in tuincentra en op parkings van autostrades. In 2023 meldde het departement zorg meldingen in 15 Vlaamse gemeentes. Zo'n tijgermug is met de witte strepen op rug en poten relatief makkelijk te herkennen. De mug kan drager zijn van ziektekiemen die verantwoordelijk zijn voor knokkelkoorts, zika en chikungunya. Dat laatste is een virusziekte die resulteert in koorts en reumatische gewrichtspijnen. De naam van de ziekte komt van het Mankode-woord voor krombuigen, wat een weerspiegeling geeft van de ergste klachten. Naast de tijgermug zijn ook enkele muggen die dengue veroorzaken in opmars in Zuid-Europa. Zandvliegen dragen dan weer leishmaniasis mee. Het is denkbaar dat wat nu beschouwd wordt als een 'wees'ziekte in de toekomst meer aandacht zal krijgen in de farmaceutische sector, gezien de modellen een veel bredere verspreiding door ratten voorspellen in de VS. Maar ook zonder muggen zijn we niet helemaal gevrijwaard van tropische infiltranten. De KULeuven waarschuwde afgelopen zomer voor de opkomst van de parasitaire platworm die Schistosomiase overdraagt. Zwemmen in besmet zoet water is voldoende. De parasiet, die zich verspreid via zoetwaterslakken, boort zich door je huid. 

Iets minder aandacht is er voor het verhoogd risico van schimmels bij stijgende gemiddelde temperaturen. Hoewel we continu belaagd worden door schimmelsporen, zijn er maar een aantal die resulteren in infecties. Reden is dat onze lichaamstemperatuur te hoog is voor de meeste schimmels om te overleven. Dat helpt ons immuunsysteem om ze te elimineren. Als de gemiddelde omgevingstemperatuur stijgt, lijkt het erop dat een aantal pathogene schimmels zich aanpassen aan die hogere temperaturen en dus ook beter gedijen op het menselijk lichaam. Chinese onderzoekers deden alvast 2 vaststellingen van schimmels die daar nu wel in slagen, waar dat voorheen niet het geval was.

In deze blog kwam al eerder de miraculeuze wereld van de schimmels aan bod met de Ophiocordyceps unilateralis die zich meester maakt van een mier. Het inspireerde de makers van de game 'The last of us' en recenter ook die van de gelijknamige serie. Niet dat de klimaatverandering ons een stap in de richting van zombie-schap brengt, maar de signalen negeren omdat ze zo complex van aard zijn, is ook niet verstandig. Schimmels zijn een niet te onderschatten vijand als ze, vanuit ons perspectief bekeken weliswaar, slechte bedoelingen hebben.  Het zijn immers eukaryoten, bestaande uit cellen met een celkern en een membraan. Dat onderscheidt hen van bacteriën en virussen. Het maakt het bestrijden van schimmels lastiger omdat medicatie het risico inhoudt dat we onze eigen cellen mee aanvallen. De Ophiacordyceps spreekt allicht het meest tot verbeelding, maar er zijn nog varianten die zich gespecialiseerd hebben in het 'hacken' van nieuwe gastheren. Maak kennis met de schimmel Enthomofthora muscae die parasiteert op vliegen. Als zijn sporen op een vlieg komen, ontkiemen die binnen enkele uren. Er vormt zich een kiembuis die het skelet van het insect doorboort. De schimmeldraden groeien vervolgens door het hele lichaam. Een specifiek deel van het mycelium infecteert de hersenen van de vlieg en controleert daarmee haar gedrag. De zwam dwingt de vlieg om zo hoog mogelijk te klimmen, bv. tegen een raam of plant. Daar aangekomen komt uit haar mond een plakkerige brij die ze vastlijmt aan de ondergrond. Haar vleugels gaan rechtop staan. Meteen haar doodsvonnis. De schimmel produceert volop sporen die ze vanop grote hoogte kan verspreiden. Wie zin heeft in een stukje schimmelhorror: bekijk vooral dit filmpje. 

Het hacken van hersenen is trouwens niet het monopolie van schimmels. Neem nu de Ampulex compressa of kakkerlakwesp zoals je ze zou kunnen noemen als je de vlag  de lading wil laten dekken.  Deze graafwesp verdooft eerst de voorpoten van een kakkerlak door haar angel in haar lijf te steken.  Eens onbeweeglijk prikt ze met haar angel in het hersenengebied dat de vluchtreflex aanstuurt. Eens de verdoving is uitgewerkt op de voorpoten, gaat de kakkerlak rechtop staan, maar z'n vluchtreflex is weg.  De wesp leidt de kakkerlak daarna als een schoothondje naar haar holletje in de grond. Ze legt vervolgens 1 ei op het lichaam van de kakkerlak.  De kakkerlak staat in het hol een paar dagen passief te wachten.  Daarna komt de wesplarve uit en die begint de kakkerlak rustig op te eten waarbij ze die zo lang mogelijk laat leven.  Het ganse proces, nog meer horror maar vooral enorm veel hacking vernuft, wordt in deze video mooi geduid.  

Er bestaat nog een soort in de natuur: de Homo Sapiens Hackus. Die heeft een gamma van tactieken om de digitale hersenen van nieuwe gastheren te infiltreren. Het jaarlijkse cybercrime rapport van Europol meldde afgelopen zomer dat er steeds meer kmo's het slachtoffer zijn van ransomeware aanvallen. Losgeld vragen om gestolen data terug te krijgen en computersystemen te deblokkeren zijn daarbij de meest gevolgde tactiek door hackers. De cybersecurity barometer wijst erop dat 1 op de 10 bedrijven aangeeft slachtoffer te zijn van een cyberaanval.  Het kan iedereen overkomen, maar de kans daalt als je zorgt voor een goede beveiliging.  Cruciaal daarbij is om ervaringen te delen en die niet onder de mat te vegen uit vrees voor reputatieschade. Hackers bouwen collectief hun kenniscurve op, bedrijven doen dat dus ook best. VLAIO ondersteunt je trouwens bij het uitbouwen van die beveiligingslinies. Ook de kakkerlakken bouwen trouwens een beveiligingsstrategie op tegen de Ampulex compressa. 63% van de kakkerlakken die aangevallen worden door de wesp, ontsnappen door zich met kracht te verdedigen. 

Goed en slecht bestaat niet in de natuur. Uiteindelijk streeft de Ampulex compressa ook maar naar het verzekeren van de overleving van haar soort. Haar 'talent' om een kakkerlak naar haar hand te zetten, lokt uiteraard ook de nieuwsgierigheid van hersenonderzoekers. Ze ontdekten in het gif een nieuwe familie van peptiden, ampulexinen genoemd. Die zouden een cruciale rol spelen bij het hersenspoelen van de kakkerlak. Het is denkbaar dat dit gif inspeelt op dopamine productie, een productie die bij de ziekte van Parkinson verstoord wordt. Wat hen vooral interesseert is dat, als de wesp geen eitje legt, de kakkerlak zich binnen enkele dagen herstelt. De kakkerlak is dus maar voor een bepaalde tijd geprogrammeerd. Meer inzicht in dat proces, zou kunnen leiden tot mogelijke moleculen om Parkinson af te remmen. Innovatie-inspiratie is nooit veraf in de natuur...