woensdag 16 oktober 2013

Wat Jack Kilby en Robert Noyce mij leren over innovatie...

Op 8 november is het 90 jaar geleden dat in Missouri Jack Kilby het levenslicht zag. Niet bepaald een opener die op veel instemmend geknik zal kunnen rekenen, tenzij u onderzoeker bent bij Imec of het Holst Centre. Wie daar deze Amerikaan niet kent, pleegt als het ware vadermoord.  Kilby is ligt namelijk mee aan de roots van de eerste geïntegreerde schakeling. Kilby was in de jaren '50 al een typevoorbeeld van wat nu stilaan in de pers begint op te duiken als een 'grey collar' die het beste van de white en blue collars combineert. Bij dat onderscheid tussen white en blue moet ik altijd denken aan een poster die ik ooit bij een bedrijfsbezoek zag hangen, in de productieruimte: 'Wie weet maar niet kan is een theoretische man. Wie kan maar niet kent is een praktische vent'. Een grey collar is in die terminologie een theoretische man die ook kan.

Kilby slaagde niet in zijn toelatingsexamen aan het MIT, maar had daarvoor al de essentie van elektronica in de vingers. Ze werd ingelepeld door zijn vader, eigenaar van een bedrijf actief in elektriciteitswerken. Nadat hij toch een diploma haalde op een minder hoog aangeschreven universiteit, ging hij werken bij Texas Instruments. Als nieuwe werknemer had hij nog geen recht op vakantie. Terwijl zijn collega's ongetwijfeld in de Texaanse zon lagen, slaagde hij erin om alle elektronische componenten op één stuk germanium semi-geleider te zetten. Kilby vond, voortbouwend op dit werk, in opdracht van Texas Instruments ook nog de eerste zakrekenmachine uit. In 1970 onderbrak hij zijn loopbaan bij TI om zelfstandig uitvinder te worden en in zijn vrije tijd ook nog een professoraat op te nemen. In 2000 werd zijn bijdrage aan de grondlegging voor het computertijdperk beloond met een welverdiende Nobelprijs in de fysica.

Enkele maanden na de doorbraak van Kilby, ontwikkelde Robert Noyce een gemakkelijker te produceren variant op silicium. Noyce had een lichtjes andere achtergrond dan Kilby. Zijn vader had immers een leidinggevende functie in de protestantse kerk. Noyce behaalde niet enkel een MIT diploma, maar doctoreerde er ook nog. Op 30-jarige leeftijd stichtte hij Fairchild  Semiconductor. 11 jaar later richtte hij samen met Gordon More Intel op. Zijn bijnaam 'The Mayor of Silicon Valley' heeft hij dus niet bepaald gestolen.

2 totaal verschillende profielen met een behoorlijk verschillende achtergrond komen los van mekaar tot een gelijkaardige innovatie. De ene in dienstverband en met meer interesse in de technische vinding en het onderzoek dan in de valorisatie ervan. De andere met een sterke focus op de valorisatiekant en het ondernemerschap. Maar beiden hebben hun stempel op de geschiedenis kunnen drukken. Naargelang het netwerk waarin je je begeeft, wordt er soms wat smalend gedaan over één van beide profielen. In de onderzoekswereld wordt soms wat meewarig gekeken naar ondernemers die de markt opgaan met technologische concepten die de toets van de wetenschap nog niet doorstaan hebben. In bedrijven zijn de stereotiepe beelden van de onderzoeker die zijn labo niet uitkomt ook nog van deze wereld. Kilby en Noyce maken duidelijk dat beiden nochtans hun bijdrage hebben aan succesvolle innovaties. Ze illustreren ook mooi dat achtergrond alleen geen bepalend criterium is voor de keuze voor het één of het andere. Als iedereen het schoentje past dat hem het beste past, gaan we het snelst vooruit in onze wandeling op weg naar de toekomst...





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen